BWBR0011490
Geldig vanaf 2000-07-15
Artikel A1
Uitvoeringsregeling BSE 2000-IIA
De voornaamste soorten projecten die in 2000 voor subsidie in aanmerking komen zijn:
onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten met betrekking tot certificatiesystemen voor warmteterugwinapparatuur, welke onderdeel vormt van een ventilatiesysteem, als ook het testen in de praktijk van deze certificatieprocedures, uit te voeren door brancheorganisaties en onderzoeksinstituten;
kennisoverdrachtprojecten die gericht zijn op het bevorderen van toepassing van warmteterugwininstallaties, uit te voeren door met name brancheorganisaties;
kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot optimaal isolerend glas, uit te voeren door brancheorganisaties en fabrikanten en gericht op toepassing in de bestaande woningbouw;
onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten en kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot optimaal isolerende gevelelementen, uit te voeren door onderzoeksinstituten, brancheorganisaties en fabrikanten;
kennisoverdrachtprojecten ter ondersteuning van nationale normalisatie op het gebied van de EPN;
kennisoverdrachtprojecten over woningconcepten met een EPC gelijk aan of lager dan 0,8;
onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten met betrekking tot financieel instrumentarium voor het aanbrengen van energiebesparende maatregelen, met name in de bestaande bouw;
kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot financieel instrumentarium voor het aanbrengen van energiebesparende maatregelen, met name in de bestaande bouw;
onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten en praktijkexperimenten met betrekking tot marketinginstrumenten die in de bestaande bouw op lokaal niveau kunnen worden toegepast, uit te voeren door (samenwerkingsverbanden van) meerdere participanten bij herstructurerings- en/of wijkbeheeropgaven en gericht op het toepassen van energiebesparende maatregelen.
Overige beoordelingsaspecten
De mate waarin een project bijdraagt aan de doelstelling van dit subonderdeel wordt in aanvulling op de genoemde algemene aspecten van het programma tevens bepaald door de looptijd van het project. De looptijd van het project dient voldoende kort te zijn, zodat implementatie van de projectresultaten in voldoende mate kan bijdragen aan de doelstellingen van dit onderdeel in 2000 en 2001.
onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten met betrekking tot certificatiesystemen voor warmteterugwinapparatuur, welke onderdeel vormt van een ventilatiesysteem, als ook het testen in de praktijk van deze certificatieprocedures, uit te voeren door brancheorganisaties en onderzoeksinstituten;
kennisoverdrachtprojecten die gericht zijn op het bevorderen van toepassing van warmteterugwininstallaties, uit te voeren door met name brancheorganisaties;
kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot optimaal isolerend glas, uit te voeren door brancheorganisaties en fabrikanten en gericht op toepassing in de bestaande woningbouw;
onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten, praktijkexperimenten en kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot optimaal isolerende gevelelementen, uit te voeren door onderzoeksinstituten, brancheorganisaties en fabrikanten;
kennisoverdrachtprojecten ter ondersteuning van nationale normalisatie op het gebied van de EPN;
kennisoverdrachtprojecten over woningconcepten met een EPC gelijk aan of lager dan 0,8;
onderzoeks- of ontwikkelingsprojecten met betrekking tot financieel instrumentarium voor het aanbrengen van energiebesparende maatregelen, met name in de bestaande bouw;
kennisoverdrachtprojecten met betrekking tot financieel instrumentarium voor het aanbrengen van energiebesparende maatregelen, met name in de bestaande bouw;
onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten en praktijkexperimenten met betrekking tot marketinginstrumenten die in de bestaande bouw op lokaal niveau kunnen worden toegepast, uit te voeren door (samenwerkingsverbanden van) meerdere participanten bij herstructurerings- en/of wijkbeheeropgaven en gericht op het toepassen van energiebesparende maatregelen.
Overige beoordelingsaspecten
De mate waarin een project bijdraagt aan de doelstelling van dit subonderdeel wordt in aanvulling op de genoemde algemene aspecten van het programma tevens bepaald door de looptijd van het project. De looptijd van het project dient voldoende kort te zijn, zodat implementatie van de projectresultaten in voldoende mate kan bijdragen aan de doelstellingen van dit onderdeel in 2000 en 2001.