Dit subonderdeel is gericht op de realisatie van energiebesparende projecten in de nieuwbouw. Om voor subsidie in aanmerking te komen dienen de projecten minimaal aan de volgende voorwaarden te voldoen:
het project is een demonstratieproject met een projectomvang van ten minste 30 woningen;
de EPC is kleiner dan 0,8;
de oplevering van het nieuwbouwproject is uiterlijk 18 oktober 2002;
er is een afgeronde haalbaarheidsstudie beschikbaar; uit de haalbaarheidsstudie moet blijken dat er een gemotiveerde systeemkeuze is gemaakt voor de installatieconcepten in relatie tot de te treffen bouwkundige maatregelen en dat de concepten technisch uitvoerbaar, reproduceerbaar en financieel haalbaar zijn;
in het project moeten voorzieningen worden getroffen om ten minste op een later tijdstip nog toepassing van duurzame energie mogelijk te maken; dit kan worden bereikt door: het realiseren van een ontwerp-aanvoertemperatuur voor verwarming van maximaal 55 °C (conform NEN 5128 of gelijkwaardige normen van andere lidstaten van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte) bij individuele en van het tapwater gescheiden collectieve verwarmingssystemen of, bij toepassing van collectieve systemen voor verwarming en warmtapwater, een ontwerp-aanvoertemperatuur van maximaal 70 °C; of
een geveloriëntatie tussen zuidwest en zuidoost van ten minste 75% van het aantal woningen;
het realiseren van een ontwerp-aanvoertemperatuur voor verwarming van maximaal 55 °C (conform NEN 5128 of gelijkwaardige normen van andere lidstaten van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte) bij individuele en van het tapwater gescheiden collectieve verwarmingssystemen of, bij toepassing van collectieve systemen voor verwarming en warmtapwater, een ontwerp-aanvoertemperatuur van maximaal 70 °C; of
een geveloriëntatie tussen zuidwest en zuidoost van ten minste 75% van het aantal woningen;
ten minste 90% van de kostenneutrale maatregelen, die naast de EPC gerelateerde maatregelen genoemd worden in het Nationaal pakket Duurzaam Bouwen Woningbouw, deel nieuwbouw, dient in de projecten te zijn toegepast.
RangschikkingAanvragen voor demonstratieprojecten die aan de wettelijke voorschriften en aan de hierboven genoemde voorwaarden voldoen, worden gerangschikt. Artikel 9, tweede lid, van het Besluit subsidies energieprogramma's is van toepassing.
De rangschikking vindt plaats op basis van een vergelijking van de geschiktheid van de projecten om bij te dragen aan de doelstelling van dit onderdeel van het programma aan de hand van de volgende criteria:
1. de mate van oriëntatie (geveloriëntatie van de woningen 75% of meer tussen zuidwest en zuidoost) en de hieraan gerelateerde, stedenbouwkundige opzet van het project;
2. de mate van aandacht voor de energievoorziening in de planopzet; het hierbij gevolgde besluitvormingsproces en de rol van de betrokken partijen wordt mede beoordeeld;
3. de mate waarin duurzame bronnen (bijv. zonne-energie) worden toegepast; bij toepassing zonne-energiesystemen eveneens de mate waarin bij schuine daken een hellingshoek tussen 30 en 60 graden wordt toegepast;
4. de mate waarin de te realiseren EPC lager is dan 0,8 per woningtype;
5. de mate van integratie van bouwkundige energiebesparingsmaatregelen in het woningconcept, inclusief de woningplattegrond(en);
6. de mate van uitwerking van energie-efficiënte installatieconcepten en de systeemkeuzen, mede ook met betrekking tot de mogelijkheden die de locatie biedt, en de mate van integratie van installatieconcepten in het bouwkundig ontwerp;
7. de hoogte van de aan de EPC gerelateerde meerkosten;
8. de mate van toepassing van de niet-kostenneutrale maatregelen, opgenomen in het Nationaal pakket Duurzaam Bouwen Woningbouw, deel Nieuwbouw, welke niet aan de EPC gerelateerd zijn;
9. de toepassingsmogelijkheden van het projectresultaat in de markt.
Per gemeente komen ten hoogste twee projecten voor subsidie in aanmerking. Voor de bepaling van het aantal projecten per gemeente worden projecten die zijn gesubsidieerd op grond van de tender Woningen nieuw 1999 mede in aanmerking genomen.
De maximale subsidie per demonstratieproject bedraagt f 250.000,00 met een maximum van f 4.000,00 per woning.
Ten behoeve van de bovenstaande procedure dient in aanvulling op de gegevens die op grond van het standaard-BSE-aanvraagformulier dienen te worden verstrekt, extra informatie te worden verstrekt. Gegevens daarover zijn beschikbaar in het bij Novem verkrijgbare informatiepakket.
Aan de doelstellingen van dit subonderdeel kunnen met name bijdragen:
woningbouwcorporaties;
projectontwikkelaars;
bouwbedrijven;
gemeenten;
institutionele beleggers.