BWBR0011486
Geldig vanaf 2000-07-16
Artikel 2
Beleidsregels vaststellen voorwaarden bedoeld in artikel 31 Elektriciteitswet 1998
1. Indien de directeur van de dienst van oordeel is dat de artikelen 25 en 26 van de Elektriciteitswet 1998van toepassing zijn indien de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de capaciteit op de landsgrensoverschrijdende netten en het daarmee verbonden landelijk hoogspanningsnet veilt of volgens een andere marktconforme methode toewijst met inachtneming van de regeling, bedoeld in artikel 3, kan de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet een besluit als bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998aanvragen.
2. De directeur van de dienst:
a. besluit overeenkomstig de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, op grond van de afweging dat de veiling of de toewijzing van capaciteit met behulp van een andere marktconforme methode bijdraagt aan een goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt, alsmede de afweging dat aan de belangen, bedoeld in artikel 26, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998, is voldaan;
b. bepaalt in het besluit de omvang en tijdsduur van de capaciteit die bij voorrang wordt bestemd op de totale omvang en tijdsduur van de capaciteit die door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet wordt geveild of op een andere marktconforme wijze wordt toegewezen;
c. bepaalt in het besluit dat de capaciteit is bestemd voor degenen aan wie de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de capaciteit toewijst met behulp van de veiling of een andere marktconforme methode en
d. stelt geen voorwaarden en tarieven voor het transport van elektriciteit vast die afwijken van de voorwaarden en tarieven die zijn of worden vastgesteld op grond van artikel 3 en de artikelen 36 en 41 van de Elektriciteitswet 1998.
2. De directeur van de dienst:
a. besluit overeenkomstig de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, op grond van de afweging dat de veiling of de toewijzing van capaciteit met behulp van een andere marktconforme methode bijdraagt aan een goede marktwerking op de elektriciteitsmarkt, alsmede de afweging dat aan de belangen, bedoeld in artikel 26, derde lid, van de Elektriciteitswet 1998, is voldaan;
b. bepaalt in het besluit de omvang en tijdsduur van de capaciteit die bij voorrang wordt bestemd op de totale omvang en tijdsduur van de capaciteit die door de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet wordt geveild of op een andere marktconforme wijze wordt toegewezen;
c. bepaalt in het besluit dat de capaciteit is bestemd voor degenen aan wie de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet de capaciteit toewijst met behulp van de veiling of een andere marktconforme methode en
d. stelt geen voorwaarden en tarieven voor het transport van elektriciteit vast die afwijken van de voorwaarden en tarieven die zijn of worden vastgesteld op grond van artikel 3 en de artikelen 36 en 41 van de Elektriciteitswet 1998.