BWBR0011481
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 8
Transactiebesluit milieudelicten
1. De verdachte betaalt de geldsom, bedoeld in artikel 7, vierde lid, onder d, door middel van storting of overschrijving op een daartoe bestemde bankrekening van het Centraal Justitieel Incassobureau.
2. De betaling geschiedt binnen zes weken na de datum van dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in artikel 7, eerste lid.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid betaalt de verdachte, indien hij geen bekend woonadres in Nederland heeft, de geldsom binnen twee weken na de datum van dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in artikel 7, eerste lid, of zoveel eerder als hij het Nederlands grondgebied verlaat, contant op een in het transactievoorstel aangewezen politiebureau of douanekantoor. De verdachte ontvangt van de betaling van de geldsom een bewijs.
4. Het politiebureau of het douanekantoor, bedoeld in het derde lid, stort de betaalde geldsom uiterlijk binnen vier weken na de datum van betaling op een daartoe bestemde bankrekening van het Centraal Justitieel Incassobureau of schrijft deze binnen die termijn daarop over.
5. Indien de verdachte de geldsom niet heeft betaald binnen de termijn, bedoeld in het tweede of derde lid, zendt het lichaam of de persoon het proces-verbaal van het desbetreffende feit aan de officier van justitie in het arrondissement waarbinnen de verdachte het feit heeft begaan.
2. De betaling geschiedt binnen zes weken na de datum van dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in artikel 7, eerste lid.
3. In afwijking van het eerste en tweede lid betaalt de verdachte, indien hij geen bekend woonadres in Nederland heeft, de geldsom binnen twee weken na de datum van dagtekening van de kennisgeving, bedoeld in artikel 7, eerste lid, of zoveel eerder als hij het Nederlands grondgebied verlaat, contant op een in het transactievoorstel aangewezen politiebureau of douanekantoor. De verdachte ontvangt van de betaling van de geldsom een bewijs.
4. Het politiebureau of het douanekantoor, bedoeld in het derde lid, stort de betaalde geldsom uiterlijk binnen vier weken na de datum van betaling op een daartoe bestemde bankrekening van het Centraal Justitieel Incassobureau of schrijft deze binnen die termijn daarop over.
5. Indien de verdachte de geldsom niet heeft betaald binnen de termijn, bedoeld in het tweede of derde lid, zendt het lichaam of de persoon het proces-verbaal van het desbetreffende feit aan de officier van justitie in het arrondissement waarbinnen de verdachte het feit heeft begaan.