BWBR0011481
Geldig vanaf 2000-11-01
Artikel 7
Transactiebesluit milieudelicten
1. Indien een lichaam of een persoon besluit gebruik te maken van zijn transactiebevoegdheid, doet dat lichaam of die persoon de verdachte schriftelijk een kennisgeving, houdende een transactievoorstel.
2. Het lichaam of de persoon baseert zijn transactievoorstel op het proces-verbaal dat is opgemaakt door:
a. een buitengewoon opsporingsambtenaar die belast is met de opsporing van strafbare feiten waarvoor het lichaam of de persoon transactiebevoegdheid is toegekend, dan wel
b. een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, en tweede lid, van de Politiewet 1993.
3. Het lichaam of de persoon doet slechts in bijzondere gevallen en na overleg met de officier van justitie een beroep op een ambtenaar van politie als bedoeld in het tweede lid, onder b, voor het opmaken van een proces-verbaal.
4. In het transactievoorstel, bedoeld in het eerste lid, vermeldt het lichaam of de persoon:
a. het feit ter zake waarvan het onderscheidenlijk hij de voorwaarde of de voorwaarden stelt, onder verwijzing naar het wettelijk voorschrift dat de verdachte heeft overtreden;
b. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de verdachte het feit heeft begaan;
c. welke voorwaarde of voorwaarden als bedoeld in artikel 5 het onderscheidenlijk hij stelt;
d. de hoogte van de betalen geldsom;
e. , voorzover van toepassing, wat de verdachte moet verrichten van hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietdoen van hetgeen wederrechtelijk is verricht en welke prestaties hij moet verrichten tot het goedmaken van een en ander;
f. , voorzover van toepassing, van welke voorwerpen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, de verdachte afstand moet doen.
5. Het lichaam of de persoon doet de rechtstreeks belanghebbende die hem bekend is, onverwijld schriftelijk mededeling van de datum waarop het lichaam of de persoon het transactievoorstel heeft gedaan en de termijn waarbinnen de verdachte aan de voorwaarde of de voorwaarden dient te voldoen.
2. Het lichaam of de persoon baseert zijn transactievoorstel op het proces-verbaal dat is opgemaakt door:
a. een buitengewoon opsporingsambtenaar die belast is met de opsporing van strafbare feiten waarvoor het lichaam of de persoon transactiebevoegdheid is toegekend, dan wel
b. een ambtenaar van politie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a en c, en tweede lid, van de Politiewet 1993.
3. Het lichaam of de persoon doet slechts in bijzondere gevallen en na overleg met de officier van justitie een beroep op een ambtenaar van politie als bedoeld in het tweede lid, onder b, voor het opmaken van een proces-verbaal.
4. In het transactievoorstel, bedoeld in het eerste lid, vermeldt het lichaam of de persoon:
a. het feit ter zake waarvan het onderscheidenlijk hij de voorwaarde of de voorwaarden stelt, onder verwijzing naar het wettelijk voorschrift dat de verdachte heeft overtreden;
b. een aanduiding van de plaats waar en het tijdstip waarop de verdachte het feit heeft begaan;
c. welke voorwaarde of voorwaarden als bedoeld in artikel 5 het onderscheidenlijk hij stelt;
d. de hoogte van de betalen geldsom;
e. , voorzover van toepassing, wat de verdachte moet verrichten van hetgeen wederrechtelijk is nagelaten, tenietdoen van hetgeen wederrechtelijk is verricht en welke prestaties hij moet verrichten tot het goedmaken van een en ander;
f. , voorzover van toepassing, van welke voorwerpen als bedoeld in artikel 5, tweede lid, onder b, de verdachte afstand moet doen.
5. Het lichaam of de persoon doet de rechtstreeks belanghebbende die hem bekend is, onverwijld schriftelijk mededeling van de datum waarop het lichaam of de persoon het transactievoorstel heeft gedaan en de termijn waarbinnen de verdachte aan de voorwaarde of de voorwaarden dient te voldoen.