BWBR0011444
Geldig vanaf 2000-07-07
Artikel 3
Regeling programma van werkzaamheden vrijgestelde onderlinge waarborgmaatschappijen
1. Het bij de aanvraag van een verklaring ingevolge de artikelen 2of 3 van het besluitover te leggen programma van werkzaamheden bevat:
a. een opgave van de aard van de risico's die de onderlinge waarborgmaatschappij voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet, bewijsstukken waaruit blijkt dat de onderlinge waarborgmaatschappij beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan; en voorts, voor de eerste drie boekjaren:
d. een raming van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, met name van de algemene kosten en de provisies;
e. een raming van de premies en van de schaden;
f. een raming van de liquiditeitspositie;
g. een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en, voorzover van toepassing, tot dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3, tweede lid van het besluit.
2. Bij de aanvraag van een verklaring op basis van artikel 3 van het besluitworden tevens bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat de onderlinge waarborgmaatschappij voldoet aan de eisen die krachtens artikel 3, tweede lid, van het besluitworden gesteld.
a. een opgave van de aard van de risico's die de onderlinge waarborgmaatschappij voornemens is te dekken;
b. een uiteenzetting omtrent de leidende beginselen op het gebied van de herverzekering;
c. een raming van de kosten voor de inrichting van de administratie en van het productienet, bewijsstukken waaruit blijkt dat de onderlinge waarborgmaatschappij beschikt over de financiële middelen tot dekking daarvan; en voorts, voor de eerste drie boekjaren:
d. een raming van de andere dan de in onderdeel c bedoelde kosten van beheer, met name van de algemene kosten en de provisies;
e. een raming van de premies en van de schaden;
f. een raming van de liquiditeitspositie;
g. een raming van de financiële middelen tot dekking van de verplichtingen en, voorzover van toepassing, tot dekking van de solvabiliteitsmarge, bedoeld in artikel 3, tweede lid van het besluit.
2. Bij de aanvraag van een verklaring op basis van artikel 3 van het besluitworden tevens bewijsstukken overgelegd waaruit blijkt dat de onderlinge waarborgmaatschappij voldoet aan de eisen die krachtens artikel 3, tweede lid, van het besluitworden gesteld.