BWBR0011389
Geldig vanaf 2001-01-01
Artikel 3
Boetebesluit werkgevers Coördinatiewet Sociale Verzekering
1. Bij een verzuim wordt een boete opgelegd die 5% van het verschuldigde of het alsnog verschuldigde bedrag aan premie of voorschotpremie bedraagt.
2. De in het eerste lid bedoelde boete is ten hoogste een geldboete van de derde categorie als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht</a>.
3. Indien in de vijf jaar voorafgaand aan het plegen van een verzuim geen boete is opgelegd of een schriftelijke waarschuwing is gegeven terzake van een ander verzuim of een vergrijp en het verzuim er niet toe heeft geleid dat te weinig premie is betaald, wordt geen boete opgelegd.
2. De in het eerste lid bedoelde boete is ten hoogste een geldboete van de derde categorie als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0001854/artikel/23" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht</a>.
3. Indien in de vijf jaar voorafgaand aan het plegen van een verzuim geen boete is opgelegd of een schriftelijke waarschuwing is gegeven terzake van een ander verzuim of een vergrijp en het verzuim er niet toe heeft geleid dat te weinig premie is betaald, wordt geen boete opgelegd.