BWBR0011386
Geldig vanaf 2000-06-15
Artikel 2
Regeling Procedure Huisvesting Internationale Organisaties
1. De minister wie het aangaat, stelt in een zo vroeg mogelijk stadium de Minister van Buitenlandse Zaken en de dienst op de hoogte van de mogelijke komst van een internationale organisatie en verzoekt de dienst om een verkennend onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de betreffende internationale organisatie te voorzien van huisvesting.
2. Het verkennend onderzoek van de dienst wordt gedaan op basis van de gegevens die ten tijde van het in het eerste lid bedoelde verzoek bekend zijn en richt zich op de huisvestingsmogelijkheden die, gelet op de termijn waarop de internationale organisatie huisvesting behoeft, voorhanden zijn en op de totale kosten die naar verwachting met de huisvesting van de internationale organisatie gemoeid zullen zijn.
3. De minister wie het aangaat bereidt het door de ministerraad te nemen besluit met betrekking tot de komst van de internationale organisatie na overleg met de dienst en de Minister van Buitenlandse Zaken voor en draagt dit ter vaststelling voor aan de ministerraad.
4. Het eerste en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien meerdere ministers bij de mogelijke komst van een internationale organisatie zijn betrokken, in welk geval door die ministers gezamenlijk voldaan wordt aan hetgeen in het eerste en het derde lid ten aanzien van de minister wie het aangaat is bepaald, tenzij door de betrokken ministers daarover nadere afspraken zijn gemaakt.
5. Een besluit als bedoeld in het derde lid betreft in ieder geval:
a. de aanwijzing van de budgetverantwoordelijke minister voor de duur van de huisvesting van de betreffende internationale organisatie in Nederland, mede omvattende de verantwoordelijkheid voor de ontmanteling van de overeenkomsten die met betrekking tot de huisvesting met de dienst worden aangegaan;
b. de vaststelling dat de budgetverantwoordelijkheid ook betrekking heeft op veranderingen in de huisvestingsbehoefte van de betreffende internationale organisatie;
c. de vaststelling dat aan de dienst de zorg voor de huisvesting van de betreffende internationale organisatie wordt opgedragen, dat inpassing van de huisvesting van de internationale organisatie in het rijkshuisvestingsstelsel plaats vindt en dat de kaders die voor het rijkshuisvestingsstelsel gelden onverkort van toepassing zijn op de huisvesting van de betreffende internationale organisatie;
d. de wijze waarop de financiering van de huisvesting in de begroting van de budgetverantwoordelijke minister worden gedekt.
6. De betreffende internationale organisatie wordt voorzover het gaat om de huisvesting, beschouwd als een onderdeel van het departement van de budgetverantwoordelijke minister. De budgetverantwoordelijke minister is de opdrachtgever van de dienst bij de planvorming en de realisering van de huisvesting van de internationale organisatie en de daarop betrekking hebbende advisering. De budgetverantwoordelijke minister treedt op als afnemer van de dienst.
7. De AVR zijn van toepassing op de planvorming, de realisatie van de huisvesting en de advisering met betrekking tot de huisvesting. De kosten van het verkennend onderzoek, bedoeld in het tweede lid, komen voor rekening van de minister die het verzoek heeft gedaan.
8. De SIVR en de RTB zijn van toepassing op de verhuur van huisvesting aan de afnemer.
9. De budgetverantwoordelijke minister kan veranderingen in de huisvestingsbehoefte van de betreffende internationale organisatie voor besluitvorming aan de ministerraad voorleggen. De bepalingen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het verkennend onderzoek van de dienst wordt gedaan op basis van de gegevens die ten tijde van het in het eerste lid bedoelde verzoek bekend zijn en richt zich op de huisvestingsmogelijkheden die, gelet op de termijn waarop de internationale organisatie huisvesting behoeft, voorhanden zijn en op de totale kosten die naar verwachting met de huisvesting van de internationale organisatie gemoeid zullen zijn.
3. De minister wie het aangaat bereidt het door de ministerraad te nemen besluit met betrekking tot de komst van de internationale organisatie na overleg met de dienst en de Minister van Buitenlandse Zaken voor en draagt dit ter vaststelling voor aan de ministerraad.
4. Het eerste en het derde lid zijn van overeenkomstige toepassing indien meerdere ministers bij de mogelijke komst van een internationale organisatie zijn betrokken, in welk geval door die ministers gezamenlijk voldaan wordt aan hetgeen in het eerste en het derde lid ten aanzien van de minister wie het aangaat is bepaald, tenzij door de betrokken ministers daarover nadere afspraken zijn gemaakt.
5. Een besluit als bedoeld in het derde lid betreft in ieder geval:
a. de aanwijzing van de budgetverantwoordelijke minister voor de duur van de huisvesting van de betreffende internationale organisatie in Nederland, mede omvattende de verantwoordelijkheid voor de ontmanteling van de overeenkomsten die met betrekking tot de huisvesting met de dienst worden aangegaan;
b. de vaststelling dat de budgetverantwoordelijkheid ook betrekking heeft op veranderingen in de huisvestingsbehoefte van de betreffende internationale organisatie;
c. de vaststelling dat aan de dienst de zorg voor de huisvesting van de betreffende internationale organisatie wordt opgedragen, dat inpassing van de huisvesting van de internationale organisatie in het rijkshuisvestingsstelsel plaats vindt en dat de kaders die voor het rijkshuisvestingsstelsel gelden onverkort van toepassing zijn op de huisvesting van de betreffende internationale organisatie;
d. de wijze waarop de financiering van de huisvesting in de begroting van de budgetverantwoordelijke minister worden gedekt.
6. De betreffende internationale organisatie wordt voorzover het gaat om de huisvesting, beschouwd als een onderdeel van het departement van de budgetverantwoordelijke minister. De budgetverantwoordelijke minister is de opdrachtgever van de dienst bij de planvorming en de realisering van de huisvesting van de internationale organisatie en de daarop betrekking hebbende advisering. De budgetverantwoordelijke minister treedt op als afnemer van de dienst.
7. De AVR zijn van toepassing op de planvorming, de realisatie van de huisvesting en de advisering met betrekking tot de huisvesting. De kosten van het verkennend onderzoek, bedoeld in het tweede lid, komen voor rekening van de minister die het verzoek heeft gedaan.
8. De SIVR en de RTB zijn van toepassing op de verhuur van huisvesting aan de afnemer.
9. De budgetverantwoordelijke minister kan veranderingen in de huisvestingsbehoefte van de betreffende internationale organisatie voor besluitvorming aan de ministerraad voorleggen. De bepalingen van dit artikel zijn van overeenkomstige toepassing.