1. Met betrekking tot internationale organisaties die reeds in Nederland zijn gevestigd en waarvan de zorg voor de huisvesting op het moment van inwerkingtreding van deze regeling niet aan de dienst is opgedragen, kan de minister wie het aangaat die zorg alsnog aan de dienst opdragen, nadat de ministerraad daarover overeenkomstig
artikel 2 een besluit heeft genomen;
2. Met betrekking tot internationale organisaties waarvan op het moment van inwerkingtreding van deze regeling de zorg voor de huisvesting aan de dienst is opgedragen of ten aanzien waarvan voor de inwerkingtreding van deze regeling een adviesopdracht door de dienst in uitvoering is genomen, wordt verstrekte opdracht aan de dienst herzien of in het geval een opdracht daartoe ontbreekt daarin alsnog voorzien, nadat de ministerraad daarover overeenkomstig
artikel 2 een besluit heeft genomen.