BWBR0011301
Geldig vanaf 2000-10-18
Artikel 4
Wet scheepsuitrusting
1. Onze Minister wijst, met inachtneming van bijlage C van de richtlijn, de instanties aan die zijn belast met door hem aan te geven, in het kader van een of meer modules van overeenstemmingsbeoordeling als bedoeld in bijlage B van de richtlijn, te verrichten taken.
2. Aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften worden verbonden, die mede betrekking kunnen hebben op de door de aangewezen instantie in rekening te brengen tarieven.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de criteria voor de beoordeling van instanties die in aanmerking wensen te komen voor een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, de wijze van beoordeling en de door deze instanties verschuldigde vergoeding voor de kosten van de beoordeling.
4. Onze Minister trekt een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, in:
a. indien hij van oordeel is dat de keuringsinstantie niet meer voldoet aan de criteria van bijlage C van de richtlijn of de in de ministeriële regeling, bedoeld in het derde lid, opgenomen criteria voor de beoordeling van instanties;
b. indien de keuringsinstantie de bij of krachtens deze wet gestelde regels of de aan de aanwijzing verbonden voorschriften niet naleeft.
2. Aan een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, kunnen voorschriften worden verbonden, die mede betrekking kunnen hebben op de door de aangewezen instantie in rekening te brengen tarieven.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld betreffende de criteria voor de beoordeling van instanties die in aanmerking wensen te komen voor een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, de wijze van beoordeling en de door deze instanties verschuldigde vergoeding voor de kosten van de beoordeling.
4. Onze Minister trekt een aanwijzing als bedoeld in het eerste lid, in:
a. indien hij van oordeel is dat de keuringsinstantie niet meer voldoet aan de criteria van bijlage C van de richtlijn of de in de ministeriële regeling, bedoeld in het derde lid, opgenomen criteria voor de beoordeling van instanties;
b. indien de keuringsinstantie de bij of krachtens deze wet gestelde regels of de aan de aanwijzing verbonden voorschriften niet naleeft.