BWBR0011289
Geldig vanaf 2000-04-12
Artikel 27
Regeling veiling gebruiksrecht radio-frequenties voor IMT-2000
1. Indien een deelnemer van wie op grond van artikel 25, eerste lid, is vastgesteld dat hij het hoogste bod op een kavel heeft uitgebracht, zijn betalingsverplichting niet, niet geheel of niet tijdig is nagekomen, stelt de minister binnen drie weken na afronding van de veiling, bedoeld in artikel 24, vast of de betreffende kavel opnieuw wordt geveild.
2. Een deelnemer die op grond van artikel 7van verdere deelneming aan de veiling is uitgesloten en de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgesloten van deelname aan de veiling waarbij een of meer kavels opnieuw worden geveild.
3. Met inachtneming van het eerste en tweede lid, zijn slechts de deelnemers die bij de aanvang van de veiling gerechtigd waren een bod uit te brengen en niet het hoogste bod hebben uitgebracht op een van de andere kavels dan de kavel die opnieuw geveild wordt, gerechtigd om deel te nemen aan deze veiling.
4. De minister maakt uiterlijk twee weken nadat op grond van het eerste lid is vastgesteld dat een kavel opnieuw wordt geveild, de datum en het tijdstip bekend waarop deze veiling een aanvang neemt, alsmede de plaats van deze veiling.
5. Het in de eerste ronde minimaal te bieden bedrag voor een kavel die op grond van het eerste lid opnieuw wordt geveild, bedraagt tachtig procent van het hoogste bod dat door de in het eerste lid bedoelde deelnemer voor de betreffende kavel is uitgebracht.
6. De artikelen 1 tot en met 8, 10, 11, 13 tot en met 15, 17 tot en met 19en 21 tot en met 27zijn van toepassing op de in het eerste lid bedoelde veiling.
2. Een deelnemer die op grond van artikel 7van verdere deelneming aan de veiling is uitgesloten en de deelnemer, bedoeld in het eerste lid, zijn uitgesloten van deelname aan de veiling waarbij een of meer kavels opnieuw worden geveild.
3. Met inachtneming van het eerste en tweede lid, zijn slechts de deelnemers die bij de aanvang van de veiling gerechtigd waren een bod uit te brengen en niet het hoogste bod hebben uitgebracht op een van de andere kavels dan de kavel die opnieuw geveild wordt, gerechtigd om deel te nemen aan deze veiling.
4. De minister maakt uiterlijk twee weken nadat op grond van het eerste lid is vastgesteld dat een kavel opnieuw wordt geveild, de datum en het tijdstip bekend waarop deze veiling een aanvang neemt, alsmede de plaats van deze veiling.
5. Het in de eerste ronde minimaal te bieden bedrag voor een kavel die op grond van het eerste lid opnieuw wordt geveild, bedraagt tachtig procent van het hoogste bod dat door de in het eerste lid bedoelde deelnemer voor de betreffende kavel is uitgebracht.
6. De artikelen 1 tot en met 8, 10, 11, 13 tot en met 15, 17 tot en met 19en 21 tot en met 27zijn van toepassing op de in het eerste lid bedoelde veiling.