BWBR0011289
Geldig vanaf 2000-04-12
Artikel 10
Regeling veiling gebruiksrecht radio-frequenties voor IMT-2000
1. De veilingmeester stelt voorafgaand aan de eerste ronde vast:
1°. het rondenummer;
2°. vanaf welk tijdstip de biedkaarten kunnen worden ingeleverd; en
3°. op welk tijdstip uiterlijk de biedkaarten moeten zijn ingeleverd.
2. De veilingmeester stelt voorafgaand aan elke volgende ronde vast:
a. met betrekking tot de voorgaande ronde: 1º. het rondenummer;
2º. het aantal keren dat een paskaart is ingeleverd;
3º. het aantal keren dat op de kavels een bod is uitgebracht;
4º. het hoogst geboden bedrag per kavel en het aantal keren dat het hoogste bedrag is geboden;
5º. voor iedere afzonderlijke kavel, de deelnemer die, na eventuele toepassing van artikel 15 of na eventuele loting, bedoeld in artikel 21, zesde lid, wordt aangemerkt als degene die het hoogste bod op die kavel heeft uitgebracht;
1º. het rondenummer;
2º. het aantal keren dat een paskaart is ingeleverd;
3º. het aantal keren dat op de kavels een bod is uitgebracht;
4º. het hoogst geboden bedrag per kavel en het aantal keren dat het hoogste bedrag is geboden;
5º. voor iedere afzonderlijke kavel, de deelnemer die, na eventuele toepassing van artikel 15 of na eventuele loting, bedoeld in artikel 21, zesde lid, wordt aangemerkt als degene die het hoogste bod op die kavel heeft uitgebracht;
b. met betrekking tot de volgende ronde: 1º. het rondenummer;
2º. het minimaal te bieden bedrag per kavel;
3º. vanaf welk tijdstip de biedkaarten kunnen worden ingeleverd; en
4º. op welk tijdstip uiterlijk de biedkaarten moeten zijn ingeleverd.
1º. het rondenummer;
2º. het minimaal te bieden bedrag per kavel;
3º. vanaf welk tijdstip de biedkaarten kunnen worden ingeleverd; en
4º. op welk tijdstip uiterlijk de biedkaarten moeten zijn ingeleverd.
3. Een ronde eindigt op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onder 3°, onderscheidenlijk het tweede lid, onderdeel b, onder 4°, of zoveel eerder als alle biedkaarten of paskaarten met inachtneming van artikel 19, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 20, zijn ingeleverd.
4. De veilingmeester rondt het hoogst geboden bedrag op de kavels A tot en met E af op eenheden van 100.000 gulden.
5. De notaris deelt aan alle deelnemers mee hetgeen de veilingmeester heeft vastgesteld op grond van het eerste en tweede lid, met dien verstande dat met betrekking tot het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 4°, wordt meegedeeld het door de veilingmeester afgeronde bedrag, bedoeld in het vierde lid.
6. De deelnemers van wie de veilingmeester heeft vastgesteld dat deze het hoogst geboden bedrag op een kavel hebben uitgebracht, worden hiervan door de notaris tevens afzonderlijk op de hoogte gesteld.
1°. het rondenummer;
2°. vanaf welk tijdstip de biedkaarten kunnen worden ingeleverd; en
3°. op welk tijdstip uiterlijk de biedkaarten moeten zijn ingeleverd.
2. De veilingmeester stelt voorafgaand aan elke volgende ronde vast:
a. met betrekking tot de voorgaande ronde: 1º. het rondenummer;
2º. het aantal keren dat een paskaart is ingeleverd;
3º. het aantal keren dat op de kavels een bod is uitgebracht;
4º. het hoogst geboden bedrag per kavel en het aantal keren dat het hoogste bedrag is geboden;
5º. voor iedere afzonderlijke kavel, de deelnemer die, na eventuele toepassing van artikel 15 of na eventuele loting, bedoeld in artikel 21, zesde lid, wordt aangemerkt als degene die het hoogste bod op die kavel heeft uitgebracht;
1º. het rondenummer;
2º. het aantal keren dat een paskaart is ingeleverd;
3º. het aantal keren dat op de kavels een bod is uitgebracht;
4º. het hoogst geboden bedrag per kavel en het aantal keren dat het hoogste bedrag is geboden;
5º. voor iedere afzonderlijke kavel, de deelnemer die, na eventuele toepassing van artikel 15 of na eventuele loting, bedoeld in artikel 21, zesde lid, wordt aangemerkt als degene die het hoogste bod op die kavel heeft uitgebracht;
b. met betrekking tot de volgende ronde: 1º. het rondenummer;
2º. het minimaal te bieden bedrag per kavel;
3º. vanaf welk tijdstip de biedkaarten kunnen worden ingeleverd; en
4º. op welk tijdstip uiterlijk de biedkaarten moeten zijn ingeleverd.
1º. het rondenummer;
2º. het minimaal te bieden bedrag per kavel;
3º. vanaf welk tijdstip de biedkaarten kunnen worden ingeleverd; en
4º. op welk tijdstip uiterlijk de biedkaarten moeten zijn ingeleverd.
3. Een ronde eindigt op het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, onder 3°, onderscheidenlijk het tweede lid, onderdeel b, onder 4°, of zoveel eerder als alle biedkaarten of paskaarten met inachtneming van artikel 19, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 20, zijn ingeleverd.
4. De veilingmeester rondt het hoogst geboden bedrag op de kavels A tot en met E af op eenheden van 100.000 gulden.
5. De notaris deelt aan alle deelnemers mee hetgeen de veilingmeester heeft vastgesteld op grond van het eerste en tweede lid, met dien verstande dat met betrekking tot het bedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, onder 4°, wordt meegedeeld het door de veilingmeester afgeronde bedrag, bedoeld in het vierde lid.
6. De deelnemers van wie de veilingmeester heeft vastgesteld dat deze het hoogst geboden bedrag op een kavel hebben uitgebracht, worden hiervan door de notaris tevens afzonderlijk op de hoogte gesteld.