BWBR0011288
Geldig vanaf 2000-04-12
Artikel 17
Regeling aanvraag vergunning voor IMT-2000
1. De minister stelt vast of op grond van het aantal aanvragen dat is ingediend door de aanvragers die aan de eisen, bedoeld in artikel 15, voldoen, de voor IMT-2000 beschikbare vergunningen zonder toepassing van een veiling kunnen worden verleend.
2. Indien aan ieder van de aanvragers, bedoeld in het eerste lid, een vergunning kan worden verleend overeenkomstig de op grond van artikel 7, derde lid, opgegeven voorkeur, vindt veiling niet plaats en wordt aan ieder van de aanvragers overeenkomstig de opgegeven voorkeur de betreffende vergunning verleend.
3. Indien aan een van de aanvragers, bedoeld in het eerste lid, niet overeenkomstig zijn op grond van artikel 7, derde lid, opgegeven voorkeur een vergunning kan worden verleend, vindt een veiling plaats van alle voor IMT-2000 beschikbare vergunningen.
4. De minister maakt aan eenieder die is toegelaten tot de veiling de identiteit bekend van de overige aanvragers die op grond van het derde lid tot de veiling zijn toegelaten, alsmede welke door de Internationale Telecommunicatie Unie vastgestelde radio-interfaces de betreffende aanvrager zal gebruiken indien hij een van de vergunningen, bedoeld in artikel 2, onder b tot en met e, verwerft.
2. Indien aan ieder van de aanvragers, bedoeld in het eerste lid, een vergunning kan worden verleend overeenkomstig de op grond van artikel 7, derde lid, opgegeven voorkeur, vindt veiling niet plaats en wordt aan ieder van de aanvragers overeenkomstig de opgegeven voorkeur de betreffende vergunning verleend.
3. Indien aan een van de aanvragers, bedoeld in het eerste lid, niet overeenkomstig zijn op grond van artikel 7, derde lid, opgegeven voorkeur een vergunning kan worden verleend, vindt een veiling plaats van alle voor IMT-2000 beschikbare vergunningen.
4. De minister maakt aan eenieder die is toegelaten tot de veiling de identiteit bekend van de overige aanvragers die op grond van het derde lid tot de veiling zijn toegelaten, alsmede welke door de Internationale Telecommunicatie Unie vastgestelde radio-interfaces de betreffende aanvrager zal gebruiken indien hij een van de vergunningen, bedoeld in artikel 2, onder b tot en met e, verwerft.