BWBR0011288
Geldig vanaf 2000-04-12
Artikel 15
Regeling aanvraag vergunning voor IMT-2000
1. Een aanvrager moet voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onder a, b en c van het besluit.
2. Aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan, indien:
a. de aanvrager een rechtspersoon is, opgericht in overeenstemming met het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte heeft;
b. wat betreft de financiële positie van de aanvrager: 1º de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert, noch een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager is ingediend,
2º de aanvrager geen surcéance van betaling is verleend, noch ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling is aangevraagd,
3º geen beslag is gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager;
1º de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert, noch een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager is ingediend,
2º de aanvrager geen surcéance van betaling is verleend, noch ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling is aangevraagd,
3º geen beslag is gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager;
c. wat betreft de kennis en ervaring van de aanvrager: 1º de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over ervaring met de aanleg van openbare telecommunicatie-infrastructuur,
2º de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over ervaring met de instandhouding en exploitatie van openbare telecommunicatie-infrastructuur,
3º de activiteiten die de onder 2° bedoelde ervaring betreffen ten minste een aaneengesloten periode van een jaar beslaan en voortduren op de in artikel 8, eerste lid, genoemde datum.
1º de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over ervaring met de aanleg van openbare telecommunicatie-infrastructuur,
2º de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over ervaring met de instandhouding en exploitatie van openbare telecommunicatie-infrastructuur,
3º de activiteiten die de onder 2° bedoelde ervaring betreffen ten minste een aaneengesloten periode van een jaar beslaan en voortduren op de in artikel 8, eerste lid, genoemde datum.
2. Aan de eisen, bedoeld in het eerste lid, wordt voldaan, indien:
a. de aanvrager een rechtspersoon is, opgericht in overeenstemming met het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte heeft;
b. wat betreft de financiële positie van de aanvrager: 1º de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert, noch een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager is ingediend,
2º de aanvrager geen surcéance van betaling is verleend, noch ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling is aangevraagd,
3º geen beslag is gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager;
1º de aanvrager niet in staat van faillissement verkeert, noch een verzoek tot faillietverklaring van de aanvrager is ingediend,
2º de aanvrager geen surcéance van betaling is verleend, noch ten aanzien van de aanvrager surcéance van betaling is aangevraagd,
3º geen beslag is gelegd op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager;
c. wat betreft de kennis en ervaring van de aanvrager: 1º de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over ervaring met de aanleg van openbare telecommunicatie-infrastructuur,
2º de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over ervaring met de instandhouding en exploitatie van openbare telecommunicatie-infrastructuur,
3º de activiteiten die de onder 2° bedoelde ervaring betreffen ten minste een aaneengesloten periode van een jaar beslaan en voortduren op de in artikel 8, eerste lid, genoemde datum.
1º de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over ervaring met de aanleg van openbare telecommunicatie-infrastructuur,
2º de aanvrager aantoonbaar kan beschikken over ervaring met de instandhouding en exploitatie van openbare telecommunicatie-infrastructuur,
3º de activiteiten die de onder 2° bedoelde ervaring betreffen ten minste een aaneengesloten periode van een jaar beslaan en voortduren op de in artikel 8, eerste lid, genoemde datum.