BWBR0011279
Geldig vanaf 2000-04-09
Artikel 3
Tijdelijke stimuleringsregeling algemeen maatschappelijk werk
1. De aanvraag van een uitkering wordt uiterlijk vóór 1 juli 2000 ingediend. Voor de aanvraag van een uitkering wordt gebruik gemaakt van een door de Minister vastgesteld aanvraagformulier.
2. Indien de som van de aangevraagde uitkeringen lager is dan het voor de uitkeringen beschikbare bedrag, kan de Minister de maximum uitkering voor een gemeente verhogen doch slechts in de in artikel 2, tweede lid, onder a, bedoelde kosten.
3. Indien een gemeente in aanmerking wil komen voor een verhoging doet zij daarvan op de aanvraag mededeling onder vermelding van het bedrag van de verhoging, met inachtneming van artikel 2, vierde lid, onder a, omgerekend naar het aantal fte’s van de gewenste verhoging.
4. De verhoging bedraagt het gevraagde aantal tenzij de som van de aangevraagde uitkeringen vermeerderd met de som van de aangevraagde verhogingen hoger is dan het voor de uitkeringen beschikbare bedrag. In dat geval bedraagt de verhoging voor een gemeente niet meer dan het voor de betrokken gemeente overeenkomstig artikel 2, vijfde lid, geldende maximum, omgerekend naar het aantal fte’s gedeeld door de som van het maximum aantal van alle gemeenten die een verhoging aanvragen vermenigvuldigt met het aantal fte’s dat voor de verhoging beschikbaar is.
2. Indien de som van de aangevraagde uitkeringen lager is dan het voor de uitkeringen beschikbare bedrag, kan de Minister de maximum uitkering voor een gemeente verhogen doch slechts in de in artikel 2, tweede lid, onder a, bedoelde kosten.
3. Indien een gemeente in aanmerking wil komen voor een verhoging doet zij daarvan op de aanvraag mededeling onder vermelding van het bedrag van de verhoging, met inachtneming van artikel 2, vierde lid, onder a, omgerekend naar het aantal fte’s van de gewenste verhoging.
4. De verhoging bedraagt het gevraagde aantal tenzij de som van de aangevraagde uitkeringen vermeerderd met de som van de aangevraagde verhogingen hoger is dan het voor de uitkeringen beschikbare bedrag. In dat geval bedraagt de verhoging voor een gemeente niet meer dan het voor de betrokken gemeente overeenkomstig artikel 2, vijfde lid, geldende maximum, omgerekend naar het aantal fte’s gedeeld door de som van het maximum aantal van alle gemeenten die een verhoging aanvragen vermenigvuldigt met het aantal fte’s dat voor de verhoging beschikbaar is.