BWBR0011196
Geldig vanaf 2000-04-01
Artikel 3
Besluit rijksvergoeding Wvg-woonvoorzieningen
1. Voor gemeenten met minder dan 25 000 inwoners wordt, in afwijking van artikel 2, tweede lid, uitsluitend ten aanzien van de eerste verleende en uitbetaalde woonvoorziening waarvan de kosten gelijk zijn aan of meer bedragen dan € 20 420 die in een periode van twee kalenderjaren is verleend € 9 983 op de vergoeding in mindering gebracht. De eerste periode van twee kalenderjaren vangt aan op 1 januari van het jaar waarin dit besluit in werking is getreden.
2. Het aantal inwoners, bedoeld in het eerste lid, wordt op grond van het jaarlijks door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde inwonertal eenmaal per twee jaar bepaald bij aanvang van de tweejaarsperiode.
3. De datum van het gemeentelijk besluit tot verlening en uitbetaling van de woonvoorziening bepaalt of een woonvoorziening valt binnen de tweejaarsperiode, bedoeld in het eerste lid.
2. Het aantal inwoners, bedoeld in het eerste lid, wordt op grond van het jaarlijks door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde inwonertal eenmaal per twee jaar bepaald bij aanvang van de tweejaarsperiode.
3. De datum van het gemeentelijk besluit tot verlening en uitbetaling van de woonvoorziening bepaalt of een woonvoorziening valt binnen de tweejaarsperiode, bedoeld in het eerste lid.