BWBR0011188
Geldig vanaf 2000-03-02
Artikel 7
Regeling Haveninterne Projecten II
1. De Minister beslist binnen vier maanden na ontvangst van de aanvraag.
2. De Minister kan de aanvraag afwijzen indien het havenproject binnen één jaar niet uitvoeringsgereed is in die zin dat de benodigde vergunningen nog niet verleend zijn en de financiering van het havenproject nog niet verzekerd is.
3. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval:
a. de onderdelen van het havenproject die als subsidiabel zijn aangemerkt;
b. de geschatte totale projectkosten;
c. het maximale subsidiebedrag en de wijze waarop dit berekend is.
4. Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt het betalingsritme vastgesteld.
5. Bij de beschikking tot subsidieverlening kan bepaald worden dat een daarbij aan te geven bedrag bij wijze van voorschot wordt uitbetaald. Het voorschot bedraagt ten hoogste 80% van het maximale subsidiebedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, en wordt uitbetaald volgens een aan het beschikbare budget, aan de in enig begrotingsjaar beschikbare kasruimte en aan het tijdstip van de aanvang van de projectwerkzaamheden gerelateerd kasschema. Van dit kasschema kan bij de uitbetaling in voor de subsidie-ontvanger gunstige zin worden afgeweken. Het resterende deel van het maximale subsidiebedrag wordt verrekend met de eindafrekening, bedoeld in artikel 11, derde en vierde lid.
6. Indien het voornemen tot subsidieverlening moet worden aangemeld op basis van artikel 87 van het EG-Verdrag, wordt het besluit tot subsidieverlening opgeschort tot goedkeuring van de Europese Commissie is verkregen. Aan de aanvrager wordt van het verzoek tot goedkeuring mededeling gedaan.
2. De Minister kan de aanvraag afwijzen indien het havenproject binnen één jaar niet uitvoeringsgereed is in die zin dat de benodigde vergunningen nog niet verleend zijn en de financiering van het havenproject nog niet verzekerd is.
3. De beschikking tot subsidieverlening vermeldt in ieder geval:
a. de onderdelen van het havenproject die als subsidiabel zijn aangemerkt;
b. de geschatte totale projectkosten;
c. het maximale subsidiebedrag en de wijze waarop dit berekend is.
4. Bij de beschikking tot subsidieverlening wordt het betalingsritme vastgesteld.
5. Bij de beschikking tot subsidieverlening kan bepaald worden dat een daarbij aan te geven bedrag bij wijze van voorschot wordt uitbetaald. Het voorschot bedraagt ten hoogste 80% van het maximale subsidiebedrag, bedoeld in het tweede lid, onderdeel c, en wordt uitbetaald volgens een aan het beschikbare budget, aan de in enig begrotingsjaar beschikbare kasruimte en aan het tijdstip van de aanvang van de projectwerkzaamheden gerelateerd kasschema. Van dit kasschema kan bij de uitbetaling in voor de subsidie-ontvanger gunstige zin worden afgeweken. Het resterende deel van het maximale subsidiebedrag wordt verrekend met de eindafrekening, bedoeld in artikel 11, derde en vierde lid.
6. Indien het voornemen tot subsidieverlening moet worden aangemeld op basis van artikel 87 van het EG-Verdrag, wordt het besluit tot subsidieverlening opgeschort tot goedkeuring van de Europese Commissie is verkregen. Aan de aanvrager wordt van het verzoek tot goedkeuring mededeling gedaan.