1. De subsidie bedraagt ten hoogste 20% van de subsidiabele kosten van het havenproject, met dien verstande dat de te verlenen subsidie per havenproject niet hoger is dan € 3.630.241.
2. De subsidiabele kosten, bedoeld in het eerste lid, zijn:
a. de kosten van werken in de havens en havengebieden, met inbegrip van: het graven van havenbekkens en het aanleggen van kades;
het opruimen van milieuverontreiniging tot een maximum van 25% van die kosten;
landaanwinning, met uitzondering van het bouwrijp maken van de grond;
baggerwerken;
de installatie van nutsaansluitingen;
de aanleg binnen het terrein waar het havenproject wordt gerealiseerd van openbare wegen en spoorwegen ter ontsluiting van dat terrein.
het graven van havenbekkens en het aanleggen van kades;
het opruimen van milieuverontreiniging tot een maximum van 25% van die kosten;
landaanwinning, met uitzondering van het bouwrijp maken van de grond;
baggerwerken;
de installatie van nutsaansluitingen;
de aanleg binnen het terrein waar het havenproject wordt gerealiseerd van openbare wegen en spoorwegen ter ontsluiting van dat terrein.
b. de kosten van voorbereiding, administratie en toezicht, forfaitair vastgesteld op 16% van de kosten, genoemd onder a;
c. de krachtens de Wet op de Omzetbelasting 1968 verschuldigde belasting voor zover die niet kan worden teruggevorderd.
3. Indien ten behoeve van het havenproject door andere overheden of uit anderen hoofde financiële bijdragen worden verleend of daarop aanspraak kan worden gemaakt, wordt de subsidie op grond van deze regeling zodanig verlaagd dat de totale subsidie niet meer bedraagt dan 50% van de projectkosten.
4. Indien toepassing wordt gegeven aan het gestelde in
artikel 4:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrechtwordt de aanvrager binnen vier weken na de datum van ontvangst van de aanvraag in de gelegenheid gesteld de aanvraag of de daarbij behorende gegevens en bescheiden binnen een daarbij bepaalde periode aan te vullen.