BWBR0011154
Geldig vanaf 2000-04-02
Artikel 2:2
Regeling herplaatsingsprocedure BZK 2000
1. De herplaatsingstermijn vangt aan op de dag waarop de ambtenaar is aangewezen als herplaatsingskandidaat.
2. Over verkorting, verlenging of opschorting van de herplaatsingstermijn beslist het bevoegd gezag, na het schriftelijk advies te hebben ingewonnen van de directeur Personeel & Organisatie.
3. De herplaatsingskandidaat wordt steeds tijdig schriftelijk geïnformeerd door of namens het bevoegd gezag over de herplaatsingstermijn en eventuele verkorting, verlenging of opschorting.
4. De herplaatsingstermijn eindigt in ieder geval indien de herplaatsingskandidaat wordt geplaatst in een passende functie of wordt ontslagen.
2. Over verkorting, verlenging of opschorting van de herplaatsingstermijn beslist het bevoegd gezag, na het schriftelijk advies te hebben ingewonnen van de directeur Personeel & Organisatie.
3. De herplaatsingskandidaat wordt steeds tijdig schriftelijk geïnformeerd door of namens het bevoegd gezag over de herplaatsingstermijn en eventuele verkorting, verlenging of opschorting.
4. De herplaatsingstermijn eindigt in ieder geval indien de herplaatsingskandidaat wordt geplaatst in een passende functie of wordt ontslagen.