BWBR0011133
Geldig vanaf 2000-02-29
Artikel 16
Lozingenbesluit open teelt en veehouderij
1. Met betrekking tot het lozen op een andere wijze dan met behulp van een werk in het kader van het gebruik van meststoffen worden de voorschriften, gesteld bij of krachtens het tweede tot en met het zevende lid in acht genomen.
2. Het is verboden meststoffen toe te dienen op de ingevolge artikel 13voorgeschreven teeltvrije zone.
3. In afwijking van het tweede lid is het verboden bij de teelt van opwaarts en zijwaarts te bespuiten boomkwekerijgewassen als bedoeld in bijlage Ibij dit besluit of van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten, meststoffen toe te dienen binnen 25 cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 13, negende lid, indien in de teeltvrije zone geen ander gewas dan gras wordt geteeld.
4. Bij gebruik van korrel- of poedervormige meststoffen op de strook gelegen naast de teeltvrije zone wordt direct langs de zone een kantstrooivoorziening toegepast.
5. In afwijking van het tweede lid is het pleksgewijs bemesten van een vanggewas op de teeltvrije zone toegestaan buiten een afstand van 50 cm gemeten vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 13, negende lid, onverminderd het zevende lid.
6. Bij de toepassing van bladmeststoffen op de strook gelegen naast de teeltvrije zone wordt direct langs de zone:
a. bij het bemesten van landbouwgewassen als bedoeld in artikel 13, vierde en achtste lid, gebruik gemaakt van kantdoppen en andere driftarme doppen die zich maximaal op een hoogte van 50 cm boven het gewas of de kale grond bevinden;
b. bij het bemesten van landbouwgewassen als bedoeld in artikel 13, vijfde en zesde lid, geen gebruik gemaakt van naar een oppervlaktewaterlichaam gerichte apparatuur.
7. Bij de toepassing van bladmeststoffen bij de teelt van een gewas waarbij ingevolge artikel 13, dertiende lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°, geen teeltvrije zone wordt aangehouden, wordt gebruik gemaakt van een emissiescherm waarvan geen afdruipende bladmeststoffen in een oppervlaktewaterlichaam kunnen geraken.
8. Onverminderd het eerste tot en met het zesde lid zijn de <a href="/wet/BWBR0009066/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 1a tot en met 6d van het Besluit gebruik meststoffen</a>binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam van overeenkomstige toepassing.
2. Het is verboden meststoffen toe te dienen op de ingevolge artikel 13voorgeschreven teeltvrije zone.
3. In afwijking van het tweede lid is het verboden bij de teelt van opwaarts en zijwaarts te bespuiten boomkwekerijgewassen als bedoeld in bijlage Ibij dit besluit of van appelen, peren en overige pit- en steenvruchten, meststoffen toe te dienen binnen 25 cm vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 13, negende lid, indien in de teeltvrije zone geen ander gewas dan gras wordt geteeld.
4. Bij gebruik van korrel- of poedervormige meststoffen op de strook gelegen naast de teeltvrije zone wordt direct langs de zone een kantstrooivoorziening toegepast.
5. In afwijking van het tweede lid is het pleksgewijs bemesten van een vanggewas op de teeltvrije zone toegestaan buiten een afstand van 50 cm gemeten vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam, niet zijnde een oppervlaktewaterlichaam als bedoeld in artikel 13, negende lid, onverminderd het zevende lid.
6. Bij de toepassing van bladmeststoffen op de strook gelegen naast de teeltvrije zone wordt direct langs de zone:
a. bij het bemesten van landbouwgewassen als bedoeld in artikel 13, vierde en achtste lid, gebruik gemaakt van kantdoppen en andere driftarme doppen die zich maximaal op een hoogte van 50 cm boven het gewas of de kale grond bevinden;
b. bij het bemesten van landbouwgewassen als bedoeld in artikel 13, vijfde en zesde lid, geen gebruik gemaakt van naar een oppervlaktewaterlichaam gerichte apparatuur.
7. Bij de toepassing van bladmeststoffen bij de teelt van een gewas waarbij ingevolge artikel 13, dertiende lid, aanhef en onderdeel b, onder 2°, geen teeltvrije zone wordt aangehouden, wordt gebruik gemaakt van een emissiescherm waarvan geen afdruipende bladmeststoffen in een oppervlaktewaterlichaam kunnen geraken.
8. Onverminderd het eerste tot en met het zesde lid zijn de <a href="/wet/BWBR0009066/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 1a tot en met 6d van het Besluit gebruik meststoffen</a>binnen een afstand van 14 m vanaf de insteek van een oppervlaktewaterlichaam van overeenkomstige toepassing.