BWBR0011113
Geldig vanaf 2003-07-01
Artikel 9
Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers
1. De werknemer verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen bij de indiening van de aanvraag om de eenmalige uitkering in ieder geval de inlichtingen en bewijsstukken die noodzakelijk zijn ter vaststelling van:
a. maligne mesothelioom;
b. de blootstelling aan asbest gedurende het verrichten van arbeid als werknemer;
c. de periode gedurende welke die blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden;
d. degenen die in verband met de arbeid waarbij de blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden als werkgever worden aangemerkt; en
e. de mogelijkheden of reeds gedane inspanningen om de schade langs burgerrechtelijke weg te verhalen.
2. De werknemer verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen op verzoek of uit eigen beweging de overige inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van deze regeling en verleent ook overigens de medewerking die redelijkerwijs nodig is.
3. Indien de aanvraag is ingediend door de nabestaanden of de behandeling van de aanvraag van een werknemer na diens overlijden wordt voortgezet ten behoeve van de nabestaanden, is het eerste en het tweede lid op hen van overeenkomstige toepassing.
a. maligne mesothelioom;
b. de blootstelling aan asbest gedurende het verrichten van arbeid als werknemer;
c. de periode gedurende welke die blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden;
d. degenen die in verband met de arbeid waarbij de blootstelling aan asbest heeft plaatsgevonden als werkgever worden aangemerkt; en
e. de mogelijkheden of reeds gedane inspanningen om de schade langs burgerrechtelijke weg te verhalen.
2. De werknemer verstrekt de SVB of de door haar aangewezen personen of instellingen op verzoek of uit eigen beweging de overige inlichtingen en bewijsstukken die nodig zijn voor de uitvoering van deze regeling en verleent ook overigens de medewerking die redelijkerwijs nodig is.
3. Indien de aanvraag is ingediend door de nabestaanden of de behandeling van de aanvraag van een werknemer na diens overlijden wordt voortgezet ten behoeve van de nabestaanden, is het eerste en het tweede lid op hen van overeenkomstige toepassing.