BWBR0011113
Geldig vanaf 2003-07-01
Artikel 6a
Regeling tegemoetkoming asbestslachtoffers
De werknemer die op het moment van de aanvraag in leven is en bij wie met toepassing van het protocol diagnostiek de ziekte maligne mesothelioom is vastgesteld heeft recht op een voorschot, indien:
a. hij aannemelijk heeft gemaakt dat het maligne mesothelioom is veroorzaakt door blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als werknemer;
b. hij geen betaling in verband met de blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van die arbeid en het daardoor veroorzaakte maligne mesothelioom van de werkgever heeft ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan € 19.201,– ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet;
c. hij zich verplicht tot medewerking aan bemiddeling door het instituut asbestslachtoffers tussen hem en de werkgever om de schade vergoed te krijgen en, met inachtneming van onderdeel d, tot medewerking om de schade zo nodig langs gerechtelijke weg vergoed te krijgen;
d. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om zo nodig de immateriële schade langs gerechtelijke weg te verhalen tot een bedrag zoals is overeengekomen in het convenant tot oprichting van het instituut asbestslachtoffers;
e. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om de immateriële schadevergoeding namens hem van de werkgever te innen, teneinde dit te verrekenen met het verleende voorschot;
f. hij, na ontvangst van de schadevergoeding van de werkgever, het voorschot voor het geheel of, wanneer de schadevergoeding lager is dan het verleende voorschot, het voorschot voor dat deel aan de SVB terugbetaalt, indien geen gebruik wordt gemaakt van de volmacht, bedoeld in onderdeel d, en
g. hij aan de SVB onverwijld mededeling doet van ontvangst van de schadevergoeding, bedoeld in onderdeel f.
a. hij aannemelijk heeft gemaakt dat het maligne mesothelioom is veroorzaakt door blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van arbeid als werknemer;
b. hij geen betaling in verband met de blootstelling aan asbest tijdens het verrichten van die arbeid en het daardoor veroorzaakte maligne mesothelioom van de werkgever heeft ontvangen, dan wel in verband daarmee een bedrag heeft ontvangen dat lager is dan € 19.201,– ongeacht de vorm waarin de betaling is gedaan en de aard van de kosten waarin de betaling voorziet;
c. hij zich verplicht tot medewerking aan bemiddeling door het instituut asbestslachtoffers tussen hem en de werkgever om de schade vergoed te krijgen en, met inachtneming van onderdeel d, tot medewerking om de schade zo nodig langs gerechtelijke weg vergoed te krijgen;
d. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om zo nodig de immateriële schade langs gerechtelijke weg te verhalen tot een bedrag zoals is overeengekomen in het convenant tot oprichting van het instituut asbestslachtoffers;
e. hij de SVB een onherroepelijke volmacht als bedoeld in artikel 74 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek heeft verleend om de immateriële schadevergoeding namens hem van de werkgever te innen, teneinde dit te verrekenen met het verleende voorschot;
f. hij, na ontvangst van de schadevergoeding van de werkgever, het voorschot voor het geheel of, wanneer de schadevergoeding lager is dan het verleende voorschot, het voorschot voor dat deel aan de SVB terugbetaalt, indien geen gebruik wordt gemaakt van de volmacht, bedoeld in onderdeel d, en
g. hij aan de SVB onverwijld mededeling doet van ontvangst van de schadevergoeding, bedoeld in onderdeel f.