BWBR0011110
Geldig vanaf 2000-01-27
Artikel 3
Regeling urineonderzoek verpleegden
1. De afname van urine gebeurt bij voorkeur ‘s ochtends vroeg.
2. Alvorens de urine wordt afgenomen wordt de reden van het urineonderzoek aan de verpleegde medegedeeld en wordt aan de verpleegde uitleg gegeven over de te volgen procedure.
3. De verpleegde urineert bij voorkeur onder direct visueel toezicht van een personeelslid of medewerker in een daartoe aan hem verstrekte opvangbeker.
4. Indien de verpleegde niet direct tot afgifte van de urine in staat is, wordt hij gedurende een periode van vier uur alsnog hiertoe in de gelegenheid gesteld. De verpleegde verblijft gedurende deze periode bij voorkeur in een ruimte waarin geen mogelijkheden aanwezig zijn de resultaten van de analyse te beïnvloeden.
5. In het bijzijn van de verpleegde verdeelt een personeelslid of medewerker de urine over twee afzonderlijke buizen, sluit de buizen af en controleert of de buizen goed zijn afgesloten. Vervolgens plakt het personeelslid of de medewerker stickers met een uniek registratienummer op de twee buizen.
6. In het bijzijn van de verpleegde controleert het personeelslid of de medewerker of het aanvraagformulier goed en volledig is ingevuld alsmede of het nummer op de buizen overeenstemt met het nummer op het aanvraagformulier.
7. Het aanvraagformulier dient in ieder geval een opgave van de volledige naam en voorletters van de verpleegde, het registratienummer van de verpleegde, de afnamedatum, het tijdstip van afname, de stoffen waarop gecontroleerd dient te worden alsmede gegevens over medicatiegebruik en relevante pathologie te bevatten.
2. Alvorens de urine wordt afgenomen wordt de reden van het urineonderzoek aan de verpleegde medegedeeld en wordt aan de verpleegde uitleg gegeven over de te volgen procedure.
3. De verpleegde urineert bij voorkeur onder direct visueel toezicht van een personeelslid of medewerker in een daartoe aan hem verstrekte opvangbeker.
4. Indien de verpleegde niet direct tot afgifte van de urine in staat is, wordt hij gedurende een periode van vier uur alsnog hiertoe in de gelegenheid gesteld. De verpleegde verblijft gedurende deze periode bij voorkeur in een ruimte waarin geen mogelijkheden aanwezig zijn de resultaten van de analyse te beïnvloeden.
5. In het bijzijn van de verpleegde verdeelt een personeelslid of medewerker de urine over twee afzonderlijke buizen, sluit de buizen af en controleert of de buizen goed zijn afgesloten. Vervolgens plakt het personeelslid of de medewerker stickers met een uniek registratienummer op de twee buizen.
6. In het bijzijn van de verpleegde controleert het personeelslid of de medewerker of het aanvraagformulier goed en volledig is ingevuld alsmede of het nummer op de buizen overeenstemt met het nummer op het aanvraagformulier.
7. Het aanvraagformulier dient in ieder geval een opgave van de volledige naam en voorletters van de verpleegde, het registratienummer van de verpleegde, de afnamedatum, het tijdstip van afname, de stoffen waarop gecontroleerd dient te worden alsmede gegevens over medicatiegebruik en relevante pathologie te bevatten.