BWBR0010978
Geldig vanaf 1999-12-24
Artikel 6
Besluit interoperabiliteit transeuropees hoge-snelheidsspoorwegsysteem
1. Erkenning geschiedt voor een periode van ten hoogste vijf jaar.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een instantie die nog niet op de voet van artikel 20, eerste lid, van de richtlijn, is aangemeld, voor een periode van ten hoogste 18 maanden erkend. Indien in die periode nog geen onderzoekscertificaat of conformiteitsverklaring is afgegeven, geldt de erkenning behoudens intrekking tot en met het moment van afgifte van het eerste onderzoekscertificaat of de eerste conformiteitsverklaring.
3. De erkenning geschiedt:
a. voor de beoordeling van de conformiteit of van de geschiktheid voor gebruik van één of meer interoperabiliteitsonderdelen;
b. voor de EG-keuring van één of meer subsystemen;
c. voor uitvoering van één of meer van de modules, bedoeld in Besluit 93/465/EEG van de Raad betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220) of van overigens door de Raad van de Europese Unie voor de beoordeling van subsystemen vastgestelde modules of
d. voor uitvoering van een combinatie van de taken, bedoeld in dit lid, dan wel voor alle taken die aangemelde instanties krachtens richtlijn 96/48/EG kunnen uitvoeren.
4. Onze Minister meldt een erkende instantie aan bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen op de voet van artikel 20, eerste lid, van richtlijn 96/48/EG, indien de erkenning niet identiek is aan en aansluit op een daaraan voorafgaande erkenning.
5. Van de erkenning wordt mededeling gedaan door kennisgeving in de Staatscourant.
6. De erkenning en de aanmelding omschrijven voor welke interoperabiliteitsonderdelen, subsystemen, modules of taken de aangemelde instantie bevoegd is.
2. In afwijking van het eerste lid wordt een instantie die nog niet op de voet van artikel 20, eerste lid, van de richtlijn, is aangemeld, voor een periode van ten hoogste 18 maanden erkend. Indien in die periode nog geen onderzoekscertificaat of conformiteitsverklaring is afgegeven, geldt de erkenning behoudens intrekking tot en met het moment van afgifte van het eerste onderzoekscertificaat of de eerste conformiteitsverklaring.
3. De erkenning geschiedt:
a. voor de beoordeling van de conformiteit of van de geschiktheid voor gebruik van één of meer interoperabiliteitsonderdelen;
b. voor de EG-keuring van één of meer subsystemen;
c. voor uitvoering van één of meer van de modules, bedoeld in Besluit 93/465/EEG van de Raad betreffende de modules voor de verschillende fasen van de overeenstemmingsbeoordelingsprocedures en de voorschriften inzake het aanbrengen en het gebruik van de CE-markering van overeenstemming (PbEG L 220) of van overigens door de Raad van de Europese Unie voor de beoordeling van subsystemen vastgestelde modules of
d. voor uitvoering van een combinatie van de taken, bedoeld in dit lid, dan wel voor alle taken die aangemelde instanties krachtens richtlijn 96/48/EG kunnen uitvoeren.
4. Onze Minister meldt een erkende instantie aan bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen op de voet van artikel 20, eerste lid, van richtlijn 96/48/EG, indien de erkenning niet identiek is aan en aansluit op een daaraan voorafgaande erkenning.
5. Van de erkenning wordt mededeling gedaan door kennisgeving in de Staatscourant.
6. De erkenning en de aanmelding omschrijven voor welke interoperabiliteitsonderdelen, subsystemen, modules of taken de aangemelde instantie bevoegd is.