BWBR0010974
Geldig vanaf 2000-02-01
Artikel 12
Besluit technische hulpmiddelen bijzondere opsporingsbevoegdheden
1. Indien daardoor de waarneming van de geregistreerde signalen kan worden verbeterd, kunnen de signalen zo nodig technisch worden bewerkt.
2. Voor de bewerking wordt gebruik gemaakt van een kopie van de originele gegevensdrager. De originele gegevensdrager wordt gewaarmerkt en opgeslagen in de staat waarin hij zich direct na de beëindiging van de registratie van de signalen bevond.
3. Van de technische bewerking wordt iedere stap, zo mogelijk automatisch, vastgelegd, zodat na afloop van de bewerking een volledige reconstructie van de bewerking kan worden gegeven.
4. Indien de technische bewerking betrekking heeft op signalen die zijn geregistreerd ter uitvoering van een bevel tot observatie met een technisch hulpmiddel, wordt de bewerking uitgevoerd door een daartoe door de korpsbeheerder onderscheidenlijk de werkgever aangewezen en terzake deskundige ambtenaar.
5. Indien de technische bewerking betrekking heeft op signalen die zijn geregistreerd ter uitvoering van een bevel tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie, wordt de bewerking uitgevoerd door een daartoe door de korpsbeheerder aangewezen ambtenaar van het Korps landelijke politiediensten, die voldoet aan de bij ministeriële regeling van Onze Minister te stellen eisen.
6. Van de technische bewerking wordt een proces-verbaal opgemaakt, waarin het proces van bewerking in hoofdlijnen wordt beschreven.
7. De officier van justitie kan bepalen dat een technische bewerking wordt uitgevoerd door een deskundige, niet zijnde een ambtenaar als bedoeld in het vierde of vijfde lid. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Voor de bewerking wordt gebruik gemaakt van een kopie van de originele gegevensdrager. De originele gegevensdrager wordt gewaarmerkt en opgeslagen in de staat waarin hij zich direct na de beëindiging van de registratie van de signalen bevond.
3. Van de technische bewerking wordt iedere stap, zo mogelijk automatisch, vastgelegd, zodat na afloop van de bewerking een volledige reconstructie van de bewerking kan worden gegeven.
4. Indien de technische bewerking betrekking heeft op signalen die zijn geregistreerd ter uitvoering van een bevel tot observatie met een technisch hulpmiddel, wordt de bewerking uitgevoerd door een daartoe door de korpsbeheerder onderscheidenlijk de werkgever aangewezen en terzake deskundige ambtenaar.
5. Indien de technische bewerking betrekking heeft op signalen die zijn geregistreerd ter uitvoering van een bevel tot het opnemen van vertrouwelijke communicatie, wordt de bewerking uitgevoerd door een daartoe door de korpsbeheerder aangewezen ambtenaar van het Korps landelijke politiediensten, die voldoet aan de bij ministeriële regeling van Onze Minister te stellen eisen.
6. Van de technische bewerking wordt een proces-verbaal opgemaakt, waarin het proces van bewerking in hoofdlijnen wordt beschreven.
7. De officier van justitie kan bepalen dat een technische bewerking wordt uitgevoerd door een deskundige, niet zijnde een ambtenaar als bedoeld in het vierde of vijfde lid. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.