BWBR0010967
Geldig vanaf 1999-12-22
Artikel 3
Regeling eenmalige subsidies hoogniveaurenovatie
1. Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig het tweede tot en met vierde lid vastgesteld.
2. De som van de contante waarden op 31 december 1999 van de bedragen die de minister na die datum krachtens de Regeling geldelijke steun voorzieningen aan huurwoningen 1987 aan de subsidieaanvrager verschuldigd is geworden of verschuldigd zou worden, wordt vermeerderd met een rente van 5,75% per jaar te rekenen vanaf die datum tot de datum van betaling van het subsidiebedrag.
3. Het overeenkomstig het tweede lid berekende bedrag wordt verminderd met de in het tweede lid bedoelde bedragen die na 31 december 1999 zijn betaald, vermeerderd met een rente van 5,75% per jaar te rekenen vanaf de datum van betaling van de desbetreffende bedragen tot de datum van betaling van het subsidiebedrag.
4. Voor de berekening van de rentes, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt uitgegaan van maanden van 30 dagen en van jaren van 360 dagen.
2. De som van de contante waarden op 31 december 1999 van de bedragen die de minister na die datum krachtens de Regeling geldelijke steun voorzieningen aan huurwoningen 1987 aan de subsidieaanvrager verschuldigd is geworden of verschuldigd zou worden, wordt vermeerderd met een rente van 5,75% per jaar te rekenen vanaf die datum tot de datum van betaling van het subsidiebedrag.
3. Het overeenkomstig het tweede lid berekende bedrag wordt verminderd met de in het tweede lid bedoelde bedragen die na 31 december 1999 zijn betaald, vermeerderd met een rente van 5,75% per jaar te rekenen vanaf de datum van betaling van de desbetreffende bedragen tot de datum van betaling van het subsidiebedrag.
4. Voor de berekening van de rentes, bedoeld in het tweede en derde lid, wordt uitgegaan van maanden van 30 dagen en van jaren van 360 dagen.