BWBR0010877
Geldig vanaf 1999-11-28
Artikel 5
Stimuleringsregeling breedtesport
1. Een meerjarige uitkering voor een breedtesportproject bedraagt ten hoogste de helft van de totale kosten van een breedtesportproject, met als maximum het bedrag genoemd in bijlage 2 bij deze regeling.
2. Een meerjarige uitkering voor een gezamenlijk breedtesportproject bedraagt ten hoogste 55% van de totale kosten van een breedtesportproject, met als maximum de som van de bedragen per gemeente genoemd in bijlage 3 bij deze regeling.
3. Een meerjarige uitkering voor een breedtesportproject wordt ten minste gedurende drie jaar en ten hoogste gedurende zes jaar verleend.
4. De hoogte van de meerjarige uitkering is de laatste twee jaren van een breedtesportproject aflopend. De bijdrage van de gemeente aan een breedtesportproject loopt in dezelfde periode op.
5. In afwijking van het derde lid wordt een meerjarige uitkering voor een breedtesportproject waarvan de subsidiëring aanvangt met ingang van 1 januari 2005, voor niet meer dan vier jaar verleend.
2. Een meerjarige uitkering voor een gezamenlijk breedtesportproject bedraagt ten hoogste 55% van de totale kosten van een breedtesportproject, met als maximum de som van de bedragen per gemeente genoemd in bijlage 3 bij deze regeling.
3. Een meerjarige uitkering voor een breedtesportproject wordt ten minste gedurende drie jaar en ten hoogste gedurende zes jaar verleend.
4. De hoogte van de meerjarige uitkering is de laatste twee jaren van een breedtesportproject aflopend. De bijdrage van de gemeente aan een breedtesportproject loopt in dezelfde periode op.
5. In afwijking van het derde lid wordt een meerjarige uitkering voor een breedtesportproject waarvan de subsidiëring aanvangt met ingang van 1 januari 2005, voor niet meer dan vier jaar verleend.