A.1. Voor zover de onderdelen B, F en G van artikel IVaanleiding geven tot het wijzigen van de bedragen van toelagen, toegekend met toepassing van artikel 19 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1948, die ingevolge
artikel 13 van de Overgangsregeling Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984nog worden gehandhaafd, geschiedt dit door Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur, met inachtneming van de daarvoor door Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te stellen regels.
2. Voor zover de onderdelen B, F en G van artikel IVaanleiding geven tot het wijzigen van bijzondere regelingen getroffen met toepassing van
artikel 26 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984, geschiedt dit bij regeling van Onze Minister, hoofd van het desbetreffende departement van algemeen bestuur, in overeenstemming met Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
B. In afwijking van
artikel 20a van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren1984 bedraagt de eindejaarsuitkering in 1999 0,8% van het door de ambtenaar in 1999 genoten salaris.