BWBR0008818
Geldig vanaf 1998-01-01
Artikel 6
Regeling ziektekostenvoorziening rijkspersoneel
1. Indien de inkomsten van betrokkene meer bedragen dan de helft van de totale inkomsten van alle leden van diens huishouden worden als medebetrokkene in de zin van dit besluit aangemerkt:
a. een eigen kind, stiefkind, pleegkind of aanbehuwd kind dat behoort tot het huishouden van betrokkene;
b. de overige leden van het huishouden van betrokkene, voor zover zij geen eigen inkomsten genieten die meer bedragen dan tweemaal de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 8.10, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
2. Als medebetrokkene wordt niet aangemerkt degene die:
a. niet in voldoende mate verzekerd is tegen het risico van ziektekosten;
b. zelfstandig verplicht verzekerd of medeverzekerd is in de zin van de Ziekenfondswet;
c. zelfstandig aanspraak ontleent aan deze of een overeenkomstige regeling, dan wel direct deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren.
3. Een uitkering krachtens de Algemene Ouderdomswetis geen inkomsten als bedoeld in het eerste lid, onder b.
a. een eigen kind, stiefkind, pleegkind of aanbehuwd kind dat behoort tot het huishouden van betrokkene;
b. de overige leden van het huishouden van betrokkene, voor zover zij geen eigen inkomsten genieten die meer bedragen dan tweemaal de algemene heffingskorting, bedoeld in artikel 8.10, tweede lid, van de Wet inkomstenbelasting 2001.
2. Als medebetrokkene wordt niet aangemerkt degene die:
a. niet in voldoende mate verzekerd is tegen het risico van ziektekosten;
b. zelfstandig verplicht verzekerd of medeverzekerd is in de zin van de Ziekenfondswet;
c. zelfstandig aanspraak ontleent aan deze of een overeenkomstige regeling, dan wel direct deelneemt aan een publiekrechtelijke ziektekostenregeling voor ambtenaren.
3. Een uitkering krachtens de Algemene Ouderdomswetis geen inkomsten als bedoeld in het eerste lid, onder b.