BWBR0010797
Geldig vanaf 1999-11-03
Artikel 6
Besluit gebruiksvergoeding spoorweginfrastructuur
1. De vergoeding wordt geheven over het kalenderjaar.
2. De beheerder kan gedurende het kalenderjaar één of meer voorlopige vergoedingen in rekening brengen tot ten hoogste het bedrag waarop de door de spoorwegonderneming over het kalenderjaar verschuldigde vergoeding vermoedelijk zal worden vastgesteld.
3. De ingevolge het tweede lid in rekening gebrachte voorlopige vergoedingen worden verrekend met de door de beheerder over het kalenderjaar in rekening gebrachte vergoeding.
4. In afwijking van het eerste lid wordt de vergoeding over het kalenderjaar 2000 geheven over het tijdvak dat aanvangt op het inwerkingtredingstijdstip van dit besluit en eindigt op 31 december 2000. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
2. De beheerder kan gedurende het kalenderjaar één of meer voorlopige vergoedingen in rekening brengen tot ten hoogste het bedrag waarop de door de spoorwegonderneming over het kalenderjaar verschuldigde vergoeding vermoedelijk zal worden vastgesteld.
3. De ingevolge het tweede lid in rekening gebrachte voorlopige vergoedingen worden verrekend met de door de beheerder over het kalenderjaar in rekening gebrachte vergoeding.
4. In afwijking van het eerste lid wordt de vergoeding over het kalenderjaar 2000 geheven over het tijdvak dat aanvangt op het inwerkingtredingstijdstip van dit besluit en eindigt op 31 december 2000. Het tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing.