BWBR0010797
Geldig vanaf 1999-11-03
Artikel 1
Besluit gebruiksvergoeding spoorweginfrastructuur
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
a. wet: De Spoorwegwet;
b. spoorweginfrastructuur: spoorweginfrastructuur als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder c, van de wet;
c. beheer van spoorweginfrastructuur: totstandbrengen en onderhouden van spoorweginfrastructuur, daaronder begrepen de regelings- en veiligheidssystemen;
d. beheerder: de krachtens hoofdstuk III van de wet met het beheer van spoorweginfrastructuur belaste instantie;
e. het nationale net: de spoorweginfrastructuur die door NS Railinfrabeheer B.V. wordt beheerd;
f. station: een onderdeel van de onder b bedoelde spoorweginfrastructuur, bestaande uit met spoorwegen verbonden voorzieningen die blijkens hun constructie en inrichting geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor aankomst en vertrek van spoorvoertuigen en voor het in-, uit- of overstappen van reizigers;
g. spoorwegonderneming: een spoorwegonderneming of een internationaal samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder a onderscheidenlijk onder b van de wet, niet zijnde een spoorwegonderneming waarvan de activiteiten zich beperken tot stads- en streekvervoer;
h. dienstregeling: een voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden;
i. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
j. vergoeding: een ingevolge artikel 2, eerste lid, in rekening gebrachte vergoeding;
k. station van categorie 1: een tot het nationaal net behorend station dat beschikt over een hoog voorzieningenniveau en als zodanig door Onze Minister is aangewezen;
l. een station van categorie 2: een tot het nationale net behorend station dat geen station van categorie 1 is;
m. openbaar vervoer van personen: voor een ieder openstaand personenvervoer per trein volgens een dienstregeling;
n. besloten vervoer van personen: vervoer van personen anders dan bedoeld onder m.
a. wet: De Spoorwegwet;
b. spoorweginfrastructuur: spoorweginfrastructuur als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder c, van de wet;
c. beheer van spoorweginfrastructuur: totstandbrengen en onderhouden van spoorweginfrastructuur, daaronder begrepen de regelings- en veiligheidssystemen;
d. beheerder: de krachtens hoofdstuk III van de wet met het beheer van spoorweginfrastructuur belaste instantie;
e. het nationale net: de spoorweginfrastructuur die door NS Railinfrabeheer B.V. wordt beheerd;
f. station: een onderdeel van de onder b bedoelde spoorweginfrastructuur, bestaande uit met spoorwegen verbonden voorzieningen die blijkens hun constructie en inrichting geheel of gedeeltelijk bestemd zijn voor aankomst en vertrek van spoorvoertuigen en voor het in-, uit- of overstappen van reizigers;
g. spoorwegonderneming: een spoorwegonderneming of een internationaal samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder a onderscheidenlijk onder b van de wet, niet zijnde een spoorwegonderneming waarvan de activiteiten zich beperken tot stads- en streekvervoer;
h. dienstregeling: een voor een ieder kenbaar schema van reismogelijkheden;
i. Onze Minister: Onze Minister van Verkeer en Waterstaat;
j. vergoeding: een ingevolge artikel 2, eerste lid, in rekening gebrachte vergoeding;
k. station van categorie 1: een tot het nationaal net behorend station dat beschikt over een hoog voorzieningenniveau en als zodanig door Onze Minister is aangewezen;
l. een station van categorie 2: een tot het nationale net behorend station dat geen station van categorie 1 is;
m. openbaar vervoer van personen: voor een ieder openstaand personenvervoer per trein volgens een dienstregeling;
n. besloten vervoer van personen: vervoer van personen anders dan bedoeld onder m.