BWBR0010770
Geldig vanaf 1999-11-24
Artikel 7
PODACS-regeling
1. In afwijking van artikel 6van deze regeling kan de korpschef bepalen dat het datacommunicatienetwerk van de politie voorziet in verbindingen met:
a) gemeenschappelijke locaties of;
b) overige locaties.
2. De toegang tot het datacommunicatienetwerk van de politie vanaf gemeenschappelijke locaties wordt uitsluitend gerealiseerd onder de volgende voorwaarden:
a) de toegang wordt beperkt tot tijden dat op deze locaties personeel aanwezig is;
b) de toegang wordt voorbehouden aan personen die daartoe door de korpschef zijn geautoriseerd;
c) de toegang wordt uitsluitend verleend na verificatie van de autorisatie op basis van een persoonlijke toegangscode en;
d) de verleende autorisaties worden ten minste jaarlijks gecontroleerd en geëvalueerd.
3. De toegang tot het datacommunicatienetwerk van de politie vanaf overige locaties wordt uitsluitend gerealiseerd onder de volgende voorwaarden:
a) de toegang wordt beperkt tot tijden waarop en de periode waarin de toegang noodzakelijk is;
b) de toegang wordt voorbehouden aan personen werkzaam bij of voor de politie die daartoe door de korpschef zijn geautoriseerd;
c) de toegang wordt uitsluitend verleend na verificatie van de autorisatie die plaatsvindt op basis van een combinatie van een persoonlijke toegangscode en een persoonlijk fysiek verificatiemiddel en
d) de overeenkomstig dit artikel verleende autorisaties worden ten minste jaarlijks gecontroleerd en geëvalueerd.
a) gemeenschappelijke locaties of;
b) overige locaties.
2. De toegang tot het datacommunicatienetwerk van de politie vanaf gemeenschappelijke locaties wordt uitsluitend gerealiseerd onder de volgende voorwaarden:
a) de toegang wordt beperkt tot tijden dat op deze locaties personeel aanwezig is;
b) de toegang wordt voorbehouden aan personen die daartoe door de korpschef zijn geautoriseerd;
c) de toegang wordt uitsluitend verleend na verificatie van de autorisatie op basis van een persoonlijke toegangscode en;
d) de verleende autorisaties worden ten minste jaarlijks gecontroleerd en geëvalueerd.
3. De toegang tot het datacommunicatienetwerk van de politie vanaf overige locaties wordt uitsluitend gerealiseerd onder de volgende voorwaarden:
a) de toegang wordt beperkt tot tijden waarop en de periode waarin de toegang noodzakelijk is;
b) de toegang wordt voorbehouden aan personen werkzaam bij of voor de politie die daartoe door de korpschef zijn geautoriseerd;
c) de toegang wordt uitsluitend verleend na verificatie van de autorisatie die plaatsvindt op basis van een combinatie van een persoonlijke toegangscode en een persoonlijk fysiek verificatiemiddel en
d) de overeenkomstig dit artikel verleende autorisaties worden ten minste jaarlijks gecontroleerd en geëvalueerd.