BWBR0010770
Geldig vanaf 1999-11-24
Artikel 2
PODACS-regeling
1. De politie maakt bij de geautomatiseerde uitwisseling van gegevens door middel van draadgebonden telecommunicatievoorzieningen binnen de eigen organisatie en met de organisaties en instanties die worden genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage, uitsluitend gebruik van het PODACS.
2. Indien de politie door middel van draadgebonden telecommunicatievoorzieningen geautomatiseerd gegevens wil uitwisselen met niet op het PODACS toegelaten derden kan zij:
a) de minister verzoeken de uitwisseling van gegevens door de politie met deze derden via het PODACS toe te staan of;
b) zelf een verbinding met deze derden realiseren onder de voorwaarde dat de verbinding en de hierbij toegepaste apparatuur te allen tijde fysiek gescheiden blijft van het datacommunicatienetwerk van de politie.
3. Indien een verzoek als bedoeld in het tweede lid, onder a, door de minister wordt ingewilligd, wordt de toe te laten organisatie of instantie aan de in de bijlagevan deze regeling opgenomen lijst van organisaties en instanties toegevoegd.
2. Indien de politie door middel van draadgebonden telecommunicatievoorzieningen geautomatiseerd gegevens wil uitwisselen met niet op het PODACS toegelaten derden kan zij:
a) de minister verzoeken de uitwisseling van gegevens door de politie met deze derden via het PODACS toe te staan of;
b) zelf een verbinding met deze derden realiseren onder de voorwaarde dat de verbinding en de hierbij toegepaste apparatuur te allen tijde fysiek gescheiden blijft van het datacommunicatienetwerk van de politie.
3. Indien een verzoek als bedoeld in het tweede lid, onder a, door de minister wordt ingewilligd, wordt de toe te laten organisatie of instantie aan de in de bijlagevan deze regeling opgenomen lijst van organisaties en instanties toegevoegd.