BWBR0010754
Geldig vanaf 1999-10-17
Artikel 6
Tijdelijke regeling mobiele communicatie politie
1. De uitvoerend beheerder ziet toe op de naleving van de in artikel 4, tweede lid, bedoelde voorschriften.
2. De uitvoerend beheerder handelt storingen af die samenhangen met het gebruik van toegewezen frequenties.
3. De uitvoerend beheerder waarschuwt schriftelijk, ter verzekering van het goed functioneren van de mobiele communicatievoorzieningen, de desbetreffende korpsbeheerder, indien een politiekorps niet meer voldoet aan de in artikel 4, tweede lid, bedoelde voorschriften.
4. De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat binnen vier weken na de in het derde lid bedoelde waarschuwing, alsnog wordt voldaan aan de in artikel 4, tweede lid, bedoelde voorschriften. Zodra weer wordt voldaan aan de voorschriften, stelt de korpsbeheerder de uitvoerend beheerder daarvan op de hoogte.
5. De uitvoerend beheerder informeert de ministers indien een politiekorps vier weken na de in het derde lid bedoelde waarschuwing nog niet voldoet aan de in artikel 4, tweede lid, bedoelde voorschriften.
2. De uitvoerend beheerder handelt storingen af die samenhangen met het gebruik van toegewezen frequenties.
3. De uitvoerend beheerder waarschuwt schriftelijk, ter verzekering van het goed functioneren van de mobiele communicatievoorzieningen, de desbetreffende korpsbeheerder, indien een politiekorps niet meer voldoet aan de in artikel 4, tweede lid, bedoelde voorschriften.
4. De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat binnen vier weken na de in het derde lid bedoelde waarschuwing, alsnog wordt voldaan aan de in artikel 4, tweede lid, bedoelde voorschriften. Zodra weer wordt voldaan aan de voorschriften, stelt de korpsbeheerder de uitvoerend beheerder daarvan op de hoogte.
5. De uitvoerend beheerder informeert de ministers indien een politiekorps vier weken na de in het derde lid bedoelde waarschuwing nog niet voldoet aan de in artikel 4, tweede lid, bedoelde voorschriften.