BWBR0010754
Geldig vanaf 1999-10-17
Artikel 10
Tijdelijke regeling mobiele communicatie politie
1. Het gebruik van de bovenregionale mobiele communicatievoorzieningen vindt plaats overeenkomstig de in de bij deze regeling behorende bijlage 3 opgenomen gebruiksvoorschriften die door de uitvoerend beheerder worden onderhouden en aan de gebruikers ter beschikking gesteld.
2. De uitvoerend beheerder waarschuwt schriftelijk, ter verzekering van het goed functioneren van de bovenregionale mobiele communicatievoorziening, de desbetreffende korpsbeheerder, indien een politiekorps zich niet houdt aan de in het eerste lid bedoelde gebruiksvoorschriften.
3. De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat binnen vier weken na de waarschuwing, bedoeld in het tweede lid, alsnog wordt voldaan aan de gebruiksvoorschriften. Zodra weer wordt voldaan aan de gebruiksvoorschriften, stelt de korpsbeheerder de uitvoerend beheerder daarvan op de hoogte.
4. De uitvoerend beheerder informeert de ministers indien een politiekorps vier weken na de in het tweede lid bedoelde waarschuwing nog steeds niet voldoet aan de gebruiksvoorschriften.
2. De uitvoerend beheerder waarschuwt schriftelijk, ter verzekering van het goed functioneren van de bovenregionale mobiele communicatievoorziening, de desbetreffende korpsbeheerder, indien een politiekorps zich niet houdt aan de in het eerste lid bedoelde gebruiksvoorschriften.
3. De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat binnen vier weken na de waarschuwing, bedoeld in het tweede lid, alsnog wordt voldaan aan de gebruiksvoorschriften. Zodra weer wordt voldaan aan de gebruiksvoorschriften, stelt de korpsbeheerder de uitvoerend beheerder daarvan op de hoogte.
4. De uitvoerend beheerder informeert de ministers indien een politiekorps vier weken na de in het tweede lid bedoelde waarschuwing nog steeds niet voldoet aan de gebruiksvoorschriften.