BWBR0010750
Geldig vanaf 1999-10-01
Artikel 2
Machtigingsbesluit Bureau Heffingen 1999
1. Mr. L.C.M.J. Hendrick, mr. ing. A. Knol en H.P. de Vries, vakgroepmanagers Bureau Heffingen, zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij stukken te ondertekenen ten aanzien van de in het tweede lid genoemde aangelegenheden.
2. De machtiging, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op:
a. de feitelijke mededeling van hetgeen in de administratie van het Bureau Heffingen staat geregistreerd ten aanzien van de op een bedrijf rustende varkens- en mestproductierechten;
b. de beantwoording van brieven waarin de Staat der Nederlanden aansprakelijk wordt gesteld voor schade die verband houdt met de invoering van de Wet herstructurering varkenshouderij, indien het antwoord zich beperkt tot een gestandaardiseerde afwijzing van aansprakelijkheid;
c. de beantwoording van aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gerichte brieven die betrekking hebben op het werkterrein van het Bureau Heffingen, indien het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en indien het niet betreft een brief die vanwege zijn politieke betekenis of overigens, gelet op zijn aard en inhoud, door de minister persoonlijk of namens hem door de Secretaris-Generaal of een directeur-generaal dient te worden afgedaan.
3. De ondertekening, bedoeld in het eerste lid, luidt:
’DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE VAKGROEPMANAGER BUREAU HEFFINGEN,’.
2. De machtiging, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op:
a. de feitelijke mededeling van hetgeen in de administratie van het Bureau Heffingen staat geregistreerd ten aanzien van de op een bedrijf rustende varkens- en mestproductierechten;
b. de beantwoording van brieven waarin de Staat der Nederlanden aansprakelijk wordt gesteld voor schade die verband houdt met de invoering van de Wet herstructurering varkenshouderij, indien het antwoord zich beperkt tot een gestandaardiseerde afwijzing van aansprakelijkheid;
c. de beantwoording van aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij gerichte brieven die betrekking hebben op het werkterrein van het Bureau Heffingen, indien het antwoord zich beperkt tot een beschrijving van vigerend beleid en indien het niet betreft een brief die vanwege zijn politieke betekenis of overigens, gelet op zijn aard en inhoud, door de minister persoonlijk of namens hem door de Secretaris-Generaal of een directeur-generaal dient te worden afgedaan.
3. De ondertekening, bedoeld in het eerste lid, luidt:
’DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE VAKGROEPMANAGER BUREAU HEFFINGEN,’.