Artikel 1
1. Mr. L.C.J.M. Hendrick, mr. ing. A. Knol en H.P. de Vries, vakgroepmanagers Bureau Heffingen, zijn gemachtigd om namens de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij te beslissen en stukken te ondertekenen ten aanzien van de in het tweede lid genoemde aangelegenheden.
2. De machtiging, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op:
a. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet;
b. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2, tweede en derde lid, 7, eerste lid en 8, eerste lid, van de Regeling erkenning monsternemers Meststoffenwet;
c. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Vrijstellingsregeling akkerbouwbedrijven met gezamenlijke mestopslag Meststoffenwet;
d. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2 en 8, derde lid, van de Kaderregeling ontheffingen experiment ’Het Zuivere Ei’;
e. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2 en 14, tweede lid, van de Kaderregeling ontheffingen experiment ’Golden Harvest’;
f. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling financiële tegemoetkoming Wet herstructurering varkenshouderij;
g. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 10, eerste lid, 11, 12 en 14 van de Opkoopregeling varkenshouderij;
h. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 11, eerste lid en 17, derde lid, van de Opkoopregeling varkenshouderij 1998;
i. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2 en 9 van de Opkoopregeling varkensrechten.
3. De ondertekening, bedoeld in het eerste lid, luidt:
’DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE VAKGROEPMANAGER BUREAU HEFFINGEN,’.
2. De machtiging, bedoeld in het eerste lid, heeft betrekking op:
a. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 15, eerste lid, van het Besluit administratieve verplichtingen Meststoffenwet;
b. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2, tweede en derde lid, 7, eerste lid en 8, eerste lid, van de Regeling erkenning monsternemers Meststoffenwet;
c. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Vrijstellingsregeling akkerbouwbedrijven met gezamenlijke mestopslag Meststoffenwet;
d. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2 en 8, derde lid, van de Kaderregeling ontheffingen experiment ’Het Zuivere Ei’;
e. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2 en 14, tweede lid, van de Kaderregeling ontheffingen experiment ’Golden Harvest’;
f. de bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Regeling financiële tegemoetkoming Wet herstructurering varkenshouderij;
g. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 10, eerste lid, 11, 12 en 14 van de Opkoopregeling varkenshouderij;
h. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 11, eerste lid en 17, derde lid, van de Opkoopregeling varkenshouderij 1998;
i. de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 2 en 9 van de Opkoopregeling varkensrechten.
3. De ondertekening, bedoeld in het eerste lid, luidt:
’DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUURBEHEER EN VISSERIJ,
voor deze:
DE VAKGROEPMANAGER BUREAU HEFFINGEN,’.