BWBR0010700
Geldig vanaf 1999-09-29
Artikel 3a
Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999
1. Een bijdrage wordt alleen toegekend indien het college de opsporings- en ruimingswerkzaamheden vóór de aanvang van de werkzaamheden bij Onze Minister heeft aangemeld.
2. In de aanmelding wordt opgenomen:
de reden van de opsporing;
de uitkomsten van het vooronderzoek en het op basis daarvan uitgebrachte advies aan het college, een plan van aanpak, een werkplan en een Veiligheids-, Milieu- en Gezondheidsplan;
de vermoedelijke aard van het explosief of de explosieven;
de vermoedelijke straal van de schervengevarenzone;
een situatietekening en een plattegrond van de gemeente;
het gebied waarbinnen bepaalde (grond)werkzaamheden tot detonatie kunnen leiden;
de vermoedelijke ligging van het explosief of de explosieven ten opzichte van de bebouwde kom of een kwetsbare infrastructuur, uitgaande van de situatie op 1 januari 1994;
de voorziene risico's voor de bevolking, waaronder eventuele milieu-aspecten;
de mogelijkheden om al dan niet beschermende maatregelen te treffen;
de werkzaamheden die moeten worden verricht voor de opsporing van het explosief of de explosieven;
de te hanteren opsporingsmethode in relatie tot het (toekomstige) gebruik van de grond;
de maatregelen die worden getroffen ter voorkoming van schade;
een gespecificeerde kostenraming;
het tijdstip waarop de werkzaamheden een aanvang zullen nemen en naar verwachting zullen worden beëindigd.
3. Het eerste lid is niet van toepassing, indien naar aanleiding van een vondst van een explosief wegens acuut levensbedreigend gevaar voor de bevolking direct met opsporings- en ruimingswerkzaamheden wordt begonnen, dan wel dat na een ruiming nadere opsporingswerkzaamheden met spoed noodzakelijk zijn. De aanmelding geschiedt dan zo spoedig mogelijk.
2. In de aanmelding wordt opgenomen:
de reden van de opsporing;
de uitkomsten van het vooronderzoek en het op basis daarvan uitgebrachte advies aan het college, een plan van aanpak, een werkplan en een Veiligheids-, Milieu- en Gezondheidsplan;
de vermoedelijke aard van het explosief of de explosieven;
de vermoedelijke straal van de schervengevarenzone;
een situatietekening en een plattegrond van de gemeente;
het gebied waarbinnen bepaalde (grond)werkzaamheden tot detonatie kunnen leiden;
de vermoedelijke ligging van het explosief of de explosieven ten opzichte van de bebouwde kom of een kwetsbare infrastructuur, uitgaande van de situatie op 1 januari 1994;
de voorziene risico's voor de bevolking, waaronder eventuele milieu-aspecten;
de mogelijkheden om al dan niet beschermende maatregelen te treffen;
de werkzaamheden die moeten worden verricht voor de opsporing van het explosief of de explosieven;
de te hanteren opsporingsmethode in relatie tot het (toekomstige) gebruik van de grond;
de maatregelen die worden getroffen ter voorkoming van schade;
een gespecificeerde kostenraming;
het tijdstip waarop de werkzaamheden een aanvang zullen nemen en naar verwachting zullen worden beëindigd.
3. Het eerste lid is niet van toepassing, indien naar aanleiding van een vondst van een explosief wegens acuut levensbedreigend gevaar voor de bevolking direct met opsporings- en ruimingswerkzaamheden wordt begonnen, dan wel dat na een ruiming nadere opsporingswerkzaamheden met spoed noodzakelijk zijn. De aanmelding geschiedt dan zo spoedig mogelijk.