BWBR0010700
Geldig vanaf 1999-09-29
Artikel 3
Bijdragebesluit kosten ruiming explosieven Tweede Wereldoorlog 1999
1. Onze Minister stelt jaarlijks het bedrag vast tot welke ten hoogste verplichtingen kunnen worden aangegaan voor de opsporing en ruiming van explosieven.
2. De gemeenten worden vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar in kennis gesteld van het bedrag als bedoeld in het eerste lid.
3. Voor een bijdrage in de kosten komen uitsluitend die opsporingen of ruimingen in aanmerking waarbij de vermoede aanwezigheid dan wel aanwezigheid van explosieven grote risico's voor de bevolking met zich brengt en de kosten redelijkerwijs niet geheel voor rekening van de gemeente kunnen blijven.
4. De wijze waarop aan de opsporingswerkzaamheden uitvoering wordt gegeven dient noodzakelijk te zijn in verband met het toekomstige gebruik van de grond.
5. De bijdrage wordt toegekend voorzover de op de begroting toegestane ruimte voor het aangaan van verplichtingen niet wordt overschreden.
6. Bij het vaststellen van de bijdrage wordt rekening gehouden met een eigen bijdrage van de gemeente.
2. De gemeenten worden vóór 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het begrotingsjaar in kennis gesteld van het bedrag als bedoeld in het eerste lid.
3. Voor een bijdrage in de kosten komen uitsluitend die opsporingen of ruimingen in aanmerking waarbij de vermoede aanwezigheid dan wel aanwezigheid van explosieven grote risico's voor de bevolking met zich brengt en de kosten redelijkerwijs niet geheel voor rekening van de gemeente kunnen blijven.
4. De wijze waarop aan de opsporingswerkzaamheden uitvoering wordt gegeven dient noodzakelijk te zijn in verband met het toekomstige gebruik van de grond.
5. De bijdrage wordt toegekend voorzover de op de begroting toegestane ruimte voor het aangaan van verplichtingen niet wordt overschreden.
6. Bij het vaststellen van de bijdrage wordt rekening gehouden met een eigen bijdrage van de gemeente.