BWBR0010619
Geldig vanaf 2001-06-29
Artikel 15
Besluit eisen dierlijk sperma en spermawincentra
1. Winning van paardensperma geschiedt uitsluitend in een paardenspermawincentrum.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden die betrekking hebben op onder meer:
a. de identificatie en registratie van op het paardenspermawincentrum aanwezig paardensperma;
b. de inrichting;
c. de administratie en
d. de bedrijfsvoering van het spermawincentrum;
3. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een paardenspermawincentrum dient te beschikken over:
a. een administratie die de tracering van contacten tussen het paardenspermawincentrum met inseminatoren, dierenartsen, vervoerders, handelaren en gebruikers van het sperma inzichtelijk maakt, en
b. een calamiteitenplan.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden met betrekking tot:
a. het mengen van paardensperma afkomstig van verschillende hengsten;
b. het winnen, bewerken en opslaan van paardensperma;
c. het ter beschikking stellen van nader te bepalen monsters van op het paardenspermawincentrum aanwezige paarden en van op het paardenspermawincentrum aanwezig sperma aan een daarbij aan te wijzen instelling;
d. het doorgeven van mutaties in het paardenbestand aan de in onderdeel c bedoelde instelling;
e. de in het derde lid genoemde onderwerpen.
2. Bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden die betrekking hebben op onder meer:
a. de identificatie en registratie van op het paardenspermawincentrum aanwezig paardensperma;
b. de inrichting;
c. de administratie en
d. de bedrijfsvoering van het spermawincentrum;
3. Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat een paardenspermawincentrum dient te beschikken over:
a. een administratie die de tracering van contacten tussen het paardenspermawincentrum met inseminatoren, dierenartsen, vervoerders, handelaren en gebruikers van het sperma inzichtelijk maakt, en
b. een calamiteitenplan.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regels gesteld worden met betrekking tot:
a. het mengen van paardensperma afkomstig van verschillende hengsten;
b. het winnen, bewerken en opslaan van paardensperma;
c. het ter beschikking stellen van nader te bepalen monsters van op het paardenspermawincentrum aanwezige paarden en van op het paardenspermawincentrum aanwezig sperma aan een daarbij aan te wijzen instelling;
d. het doorgeven van mutaties in het paardenbestand aan de in onderdeel c bedoelde instelling;
e. de in het derde lid genoemde onderwerpen.