BWBR0010598
Geldig vanaf 01-08-1999
Artikel 5
Regeling maximumrentepercentages, voorzichtigheidsmarges en voorschriften technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1999
1. Voor de berekening van de voorziening voor overeenkomsten van levensverzekering gesloten door een verzekeraar met zetel in Nederland met een verzekeringnemer van wie de gewone verblijfplaats onderscheidenlijk, indien de verzekeringnemer een rechtspersoon is, de vestiging van deze rechtspersoon waarop de verzekering betrekking heeft, in een andere lid-staat dan Nederland is gelegen, wordt in afwijking van de artikelen 2 tot en met 4 het maximumrentepercentage vastgesteld op het maximumrentepercentage met inbegrip van de daarbij in acht te nemen voorzichtigheidsmarges zoals vastgesteld door de desbetreffende lid-staat.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met zetel buiten de Gemeenschap voor wat betreft het verrichten van diensten vanuit een bijkantoor in Nederland naar een andere lid-staat.
3. Indien naar het oordeel van de Verzekeringskamer het in een andere lid-staat vastgestelde maximumrentepercentage en de daarbij in acht te nemen voorzichtigheidsmarges op onvoldoende voorzichtige grondslagen zijn gebaseerd, kan zij aanvullende regels geven met betrekking tot de ingevolge het eerste en tweede lid vastgestelde maximumrentepercentages en voorzichtigheidsmarges.
4. In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, waarin de gewone verblijfplaats onderscheidenlijk vestiging van de verzekeringnemer buiten de Europese Unie is gelegen, worden het maximumrentepercentage en de voorzichtigheidsmarges van geval tot geval door de Verzekeringskamer vastgesteld.
5. Voor de berekening van de voorziening voor overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering waarin de gewone verblijfplaats onderscheidenlijk vestiging van de verzekeringnemer buiten Nederland is gelegen, worden het maximumrentepercentage en de voorzichtigheidsmarges van geval tot geval door de Verzekeringskamer vastgesteld.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op verzekeraars met zetel buiten de Gemeenschap voor wat betreft het verrichten van diensten vanuit een bijkantoor in Nederland naar een andere lid-staat.
3. Indien naar het oordeel van de Verzekeringskamer het in een andere lid-staat vastgestelde maximumrentepercentage en de daarbij in acht te nemen voorzichtigheidsmarges op onvoldoende voorzichtige grondslagen zijn gebaseerd, kan zij aanvullende regels geven met betrekking tot de ingevolge het eerste en tweede lid vastgestelde maximumrentepercentages en voorzichtigheidsmarges.
4. In de gevallen, bedoeld in het eerste en tweede lid, waarin de gewone verblijfplaats onderscheidenlijk vestiging van de verzekeringnemer buiten de Europese Unie is gelegen, worden het maximumrentepercentage en de voorzichtigheidsmarges van geval tot geval door de Verzekeringskamer vastgesteld.
5. Voor de berekening van de voorziening voor overeenkomsten van natura-uitvaartverzekering waarin de gewone verblijfplaats onderscheidenlijk vestiging van de verzekeringnemer buiten Nederland is gelegen, worden het maximumrentepercentage en de voorzichtigheidsmarges van geval tot geval door de Verzekeringskamer vastgesteld.
- Citeren als
- Art. 5
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010598
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl