BWBR0010598
Geldig vanaf 01-08-1999
Artikel 3
Regeling maximumrentepercentages, voorzichtigheidsmarges en voorschriften technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1999
1. Voor zover de voorziening voor levensverzekering wordt gedekt uit het rendement op aflossingen en interest met betrekking tot de vastrentende waarden, bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt voor de berekening, bedoeld in artikel 2, eerste tot en met derde lid, van het Besluit technische voorzieningen verzekeringsbedrijf 1994 en artikel 1, eerste tot en met derde lid, van het Besluit technische voorzieningen natura-uitvaartverzekeringsbedrijf, het maximumrentepercentage vastgesteld met inachtneming van het volgende:
a. de beschikbaar komende aflossingen en interest met betrekking tot de vastrentende waarden worden geacht te worden belegd in ineens aflosbare leningen met een looptijd van tien jaar;
b. de interest op deze leningen bedraagt 85 procent van de rentevoet van het jaar daarvoor, verminderd met een voorzichtigheidsmarge van 0,50 procentpunt, waarbij de rentevoet op de balansdatum van het boekjaar waarin de leningen geacht worden te zijn gesloten, gelijk is aan het U-rendement op dat tijdstip.
Indien de uitkomst van de voorgaande berekening minder bedraagt dan vier procent, mag het maximumrentepercentage op vier worden gesteld.
2. Ten aanzien van de aflossingen en de interest die beschikbaar komen uit deze leningen is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de herbelegging, bedoeld in het eerste en tweede lid, plaatsvindt in vreemde valuta wordt het maximumrentepercentage vastgesteld op de rendementsvoet van de meest recent uitgegeven staatslening in de desbetreffende valuta. Bij de toepassing van de vorige volzin wordt het rentepercentage dat bij de berekening wordt gehanteerd, verminderd met een voorzichtigheidsmarge welke minimaal 0,50 procentpunt bedraagt.
4. Met betrekking tot het bepaalde in de voorgaande leden is artikel 2, eerste lid, onder a, van overeenkomstige toepassing.
5. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de in de toekomst te ontvangen premies uit reeds gesloten overeenkomsten van levensverzekering dan wel natura-uitvaartverzekering.
a. de beschikbaar komende aflossingen en interest met betrekking tot de vastrentende waarden worden geacht te worden belegd in ineens aflosbare leningen met een looptijd van tien jaar;
b. de interest op deze leningen bedraagt 85 procent van de rentevoet van het jaar daarvoor, verminderd met een voorzichtigheidsmarge van 0,50 procentpunt, waarbij de rentevoet op de balansdatum van het boekjaar waarin de leningen geacht worden te zijn gesloten, gelijk is aan het U-rendement op dat tijdstip.
Indien de uitkomst van de voorgaande berekening minder bedraagt dan vier procent, mag het maximumrentepercentage op vier worden gesteld.
2. Ten aanzien van de aflossingen en de interest die beschikbaar komen uit deze leningen is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.
3. Indien de herbelegging, bedoeld in het eerste en tweede lid, plaatsvindt in vreemde valuta wordt het maximumrentepercentage vastgesteld op de rendementsvoet van de meest recent uitgegeven staatslening in de desbetreffende valuta. Bij de toepassing van de vorige volzin wordt het rentepercentage dat bij de berekening wordt gehanteerd, verminderd met een voorzichtigheidsmarge welke minimaal 0,50 procentpunt bedraagt.
4. Met betrekking tot het bepaalde in de voorgaande leden is artikel 2, eerste lid, onder a, van overeenkomstige toepassing.
5. Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op de in de toekomst te ontvangen premies uit reeds gesloten overeenkomsten van levensverzekering dan wel natura-uitvaartverzekering.
- Citeren als
- Art. 3
- Geldig vanaf
- Status
- Geldend recht
- Identificatie
- BWBR0010598
- Officiële bron
- wetten.overheid.nl