BWBR0010586
Geldig vanaf 1999-11-29
Artikel 8
Warenwetbesluit drukapparatuur
1. De volgende samenstellen, waarin ten minste één drukapparaat als bedoeld in artikel 7is opgenomen, voldoen aan de essentiële veiligheidseisen, genoemd in bijlage I bij de richtlijn.Het betreft:
a. samenstellen voor de productie van stoom en oververhit water met een temperatuur hoger dan 110 °C waarin ten minste één brandstofgestookt of anderszins verwarmd drukapparaat waarbij gevaar voor oververhitting bestaat, is opgenomen;
b. andere dan onder punt a. bedoelde samenstellen, wanneer deze door de fabrikant bestemd zijn om als samenstellen in de handel gebracht en in gebruik genomen te worden.
2. In afwijking van het eerste lid, voldoen manueel met vaste brandstoffen gestookte samenstellen voor de productie van warm water waarvan de watertemperatuur ten hoogste 110 °C en het product van <em>PS</em>en <em>V</em>meer bedraagt dan 50 bar.L en waarin ten minste één drukapparaat als bedoeld in artikel 7is opgenomen, aan de essentiële veiligheidseisen, genoemd in de punten 2.10, 2.11, 3.4, 5a) en 5d) van bijlage I bij de richtlijn.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op druksystemen, waarin ten minste één drukapparaat als bedoeld in artikel 7is opgenomen, met uitzondering van het aanbrengen van de CE-markering, bedoeld in artikel 16.
a. samenstellen voor de productie van stoom en oververhit water met een temperatuur hoger dan 110 °C waarin ten minste één brandstofgestookt of anderszins verwarmd drukapparaat waarbij gevaar voor oververhitting bestaat, is opgenomen;
b. andere dan onder punt a. bedoelde samenstellen, wanneer deze door de fabrikant bestemd zijn om als samenstellen in de handel gebracht en in gebruik genomen te worden.
2. In afwijking van het eerste lid, voldoen manueel met vaste brandstoffen gestookte samenstellen voor de productie van warm water waarvan de watertemperatuur ten hoogste 110 °C en het product van <em>PS</em>en <em>V</em>meer bedraagt dan 50 bar.L en waarin ten minste één drukapparaat als bedoeld in artikel 7is opgenomen, aan de essentiële veiligheidseisen, genoemd in de punten 2.10, 2.11, 3.4, 5a) en 5d) van bijlage I bij de richtlijn.
3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op druksystemen, waarin ten minste één drukapparaat als bedoeld in artikel 7is opgenomen, met uitzondering van het aanbrengen van de CE-markering, bedoeld in artikel 16.