BWBR0010560
Geldig vanaf 1999-07-02
Artikel 3
Regeling melding en reglementering transacties in effecten 1999
De in artikel 46b, derde lid, onder c, van de wetbedoelde categorieën van personen zijn:
a. bestuurders en commissarissen van rechtspersonen of vennootschappen waarin de instelling een deelneming heeft, als bedoeld in artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indien de meest recent vastgestelde omzet van die rechtspersoon of vennootschap tenminste 10% van de geconsolideerde omzet van de instelling bedraagt;
b. degenen die rechtstreeks of middellijk meer dan 25% van het kapitaal van de instelling verschaffen, alsmede, indien het een rechtspersoon of vennootschap betreft, de bestuurders en commissarissen van die rechtspersoon of vennootschap;
c. echtgenoten van de in artikel 46b, derde lid, onder a of b van de wet bedoelde personen, alsmede bloed- en aanverwanten in de eerste graad en andere personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren met de in artikel 46b, derde lid, onder a of b, van de wet bedoelde personen;
d. echtgenoten van de in de onderdelen a of b bedoelde personen, alsmede bloed- en aanverwanten in de eerste graad en andere personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren met de in de onderdelen a of b bedoelde personen;
e. bloed- en aanverwanten in de eerste graad van de in artikel 46b, derde lid, onder a of b, van de wet of de onderdelen a of b van dit artikel bedoelde personen, die met deze personen geen gemeenschappelijke huishouding voeren, indien deze bloed- en aanverwanten de beschikking hebben of door de transactie verkrijgen over tenminste 5% van de aandelen, of certificaten van aandelen, in het kapitaal van de instelling;
f. leden van een ondernemingsraad, groepsondernemingsraad of centrale ondernemingsraad van de instelling, als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden.
a. bestuurders en commissarissen van rechtspersonen of vennootschappen waarin de instelling een deelneming heeft, als bedoeld in artikel 24c van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, indien de meest recent vastgestelde omzet van die rechtspersoon of vennootschap tenminste 10% van de geconsolideerde omzet van de instelling bedraagt;
b. degenen die rechtstreeks of middellijk meer dan 25% van het kapitaal van de instelling verschaffen, alsmede, indien het een rechtspersoon of vennootschap betreft, de bestuurders en commissarissen van die rechtspersoon of vennootschap;
c. echtgenoten van de in artikel 46b, derde lid, onder a of b van de wet bedoelde personen, alsmede bloed- en aanverwanten in de eerste graad en andere personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren met de in artikel 46b, derde lid, onder a of b, van de wet bedoelde personen;
d. echtgenoten van de in de onderdelen a of b bedoelde personen, alsmede bloed- en aanverwanten in de eerste graad en andere personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren met de in de onderdelen a of b bedoelde personen;
e. bloed- en aanverwanten in de eerste graad van de in artikel 46b, derde lid, onder a of b, van de wet of de onderdelen a of b van dit artikel bedoelde personen, die met deze personen geen gemeenschappelijke huishouding voeren, indien deze bloed- en aanverwanten de beschikking hebben of door de transactie verkrijgen over tenminste 5% van de aandelen, of certificaten van aandelen, in het kapitaal van de instelling;
f. leden van een ondernemingsraad, groepsondernemingsraad of centrale ondernemingsraad van de instelling, als bedoeld in de Wet op de ondernemingsraden.