BWBR0010552
Geldig vanaf 1999-07-10
Artikel 4
Saneringsregeling asbestwegen Twente
1. Artikel 3, eerste en tweede lid, blijven voorts buiten toepassing:
a. voor een weg en stroken, gelegen buiten een straal van twaalf kilometer rond de gemeente Goor;
b. voor een weg en stroken, gelegen op het terrein, kadastraal bekend als gemeente Goor, sectie B, nummers 1958, 2413 en 2231;
c. indien de weg of de stroken op de datum van publicatie van deze regeling in eigendom waren dan wel zijn van een overheidslichaam of van Eternit, dan wel van een dochtermaatschappij van Eternit, een rechtspersoon waarin Eternit deelneemt of een anderszins organisatorisch aan Eternit verbonden eenheid;
d. indien de weg is aangelegd in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan of met de krachtens dat plan gestelde eisen en die strijd niet alsnog door verlening van vrijstelling als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening kan worden opgeheven;
e. indien de weg of de stroken crocidoliet bevatten en dit na 1 oktober 1978 is aangebracht;
f. indien het asbest of een deel daarvan na 1 juli 1993 op de weg of de stroken is aangebracht;
g. indien op de weg of de stroken asbestbevattend afval is aangebracht dat niet rechtstreeks afkomstig is van Eternit;
h. indien voor de uitvoering van artikel 3 maatregelen aan de weg of de stroken zijn genomen. Het eerste lid, onderdeel a, blijft buiten beschouwing, indien de eigenaar van de weg of de stroken aantoont, dat de onderdelen e tot en met g van dat lid niet van toepassing zijn. Het eerste lid, onderdeel d, blijft buiten beschouwing, indien de eigenaar van de weg of de stroken een aanvraag indient voor een maatregel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c.
a. voor een weg en stroken, gelegen buiten een straal van twaalf kilometer rond de gemeente Goor;
b. voor een weg en stroken, gelegen op het terrein, kadastraal bekend als gemeente Goor, sectie B, nummers 1958, 2413 en 2231;
c. indien de weg of de stroken op de datum van publicatie van deze regeling in eigendom waren dan wel zijn van een overheidslichaam of van Eternit, dan wel van een dochtermaatschappij van Eternit, een rechtspersoon waarin Eternit deelneemt of een anderszins organisatorisch aan Eternit verbonden eenheid;
d. indien de weg is aangelegd in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan of met de krachtens dat plan gestelde eisen en die strijd niet alsnog door verlening van vrijstelling als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening kan worden opgeheven;
e. indien de weg of de stroken crocidoliet bevatten en dit na 1 oktober 1978 is aangebracht;
f. indien het asbest of een deel daarvan na 1 juli 1993 op de weg of de stroken is aangebracht;
g. indien op de weg of de stroken asbestbevattend afval is aangebracht dat niet rechtstreeks afkomstig is van Eternit;
h. indien voor de uitvoering van artikel 3 maatregelen aan de weg of de stroken zijn genomen. Het eerste lid, onderdeel a, blijft buiten beschouwing, indien de eigenaar van de weg of de stroken aantoont, dat de onderdelen e tot en met g van dat lid niet van toepassing zijn. Het eerste lid, onderdeel d, blijft buiten beschouwing, indien de eigenaar van de weg of de stroken een aanvraag indient voor een maatregel als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c.