1. De minister kan op aanvraag aan de eigenaar van een asbestbevattende weg toekennen:
a. het doen aanbrengen van een asfaltlaag ter afdekking van die weg en de asbestbevattende stroken,
b. het doen aanbrengen van een klinkerbestrating of het storten van een betonlaag op die weg en de asbestbevattende stroken, zij het dat, indien, uitgezonderd de regiekosten, de kosten van het aanbrengen van de klinkerbestrating of de betonlaag een bedrag van dertig gulden per vierkante meter te boven gaan, de eigenaar van de weg en de stroken de meerkosten vergoedt, of
c. het doen verwijderen van de asbestbevattende laag op de weg of de asbestbevattende stroken door een deskundig asbestverwijderingsbedrijf als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het Asbest-verwijderingsbesluit, zij het dat, indien, uitgezonderd de regiekosten, de kosten van het verwijderen van de asbestlaag een bedrag van vijfenveertig gulden per vierkante meter te boven gaan, de eigenaar van de weg en de stroken de meerkosten vergoedt.
2. Indien het nemen van een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a of b, ten aanzien van asbestbevattende stroken naar het oordeel van gedeputeerde staten van Overijssel redelijkerwijs niet mogelijk is, wordt het asbest in die stroken verwijderd, zij het dat de daaraan verbonden kosten, voorzover deze hoger zijn dan de kosten van bedoelde maatregel, niet voor rekening komen van de eigenaar van die weg.
3. Het eerste en het tweede lid blijven buiten toepassing indien:
a. de aanvraag niet is ontvangen voor de datum, genoemd in artikel 5, derde lid of, in een geval als bedoeld in onderdeel b, c of d, binnen de in dat onderdeel bedoelde termijn;
b. de eigenaar in de aanvraag heeft aangegeven in aanmerking te willen komen voor de maatregel, genoemd in het eerste lid, onderdeel b of c, en de eigenaar
1e. weigert de aan de maatregel verbonden eigen bijdrage te betalen en
2e. niet binnen twee weken na de datum waarop hem de hoogte van de eigen bijdrage is medegedeeld, alsnog een aanvraag indient voor een andere maatregel als bedoeld in het eerste lid dan de toegekende maatregel;
de eigenaar een aanvraag indient voor een maatregel die niet kan worden uitgevoerd wegens strijd met het bestemmingsplan of waarvoor de aanlegvergunning als bedoeld in
artikel 14 van de Wet op de Ruimtelijke Ordeningniet wordt verleend en hij niet binnen twee weken, nadat hem is medegedeeld dat dit het geval is, een aanvraag voor een andere maatregel heeft ingediend;
de eigenaar een aanvraag indient voor een maatregel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a of b, voor een weg als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel d, en hij niet binnen twee weken, nadat hem is medegedeeld dat dit het geval is, een aanvraag heeft ingediend voor de maatregel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c.