BWBR0010531
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 9
Regeling kernteams
1. De ambtenaar die in vaste dienst bij een regionaal politiekorps is aangesteld, kan ten behoeve van een kernteam in tijdelijke dienst voor bepaalde tijd worden aangesteld bij het kernkorps, onder de voorwaarde dat na afloop van de aanstelling in tijdelijke dienst de ambtenaar hernieuwd wordt aangesteld in vaste dienst bij het regionale politiekorps waar hij was aangesteld direct voorafgaand aan de aanstelling in tijdelijke dienst. De artikelen 7, 8en 8a, tweede lid, van het Besluit algemene rechtspositie politiezijn niet van toepassing op de in de eerste volzin genoemde hernieuwde aanstelling in vaste dienst.
2. De duur van de aanstelling in tijdelijke dienst bedraagt ten hoogste zes jaar, en kan eenmalig worden verlengd met ten hoogste twee jaar.
3. Het bevoegd gezag bij wie de ambtenaar in vaste dienst is aangesteld, het bevoegd gezag van het kernkorps bij wie de ambtenaar in tijdelijke dienst wordt aangesteld, en de ambtenaar maken, voorafgaand aan de in het eerste lid bedoelde aanstelling in tijdelijke dienst, schriftelijke afspraken over de aanstelling in tijdelijke dienst en de terugkeer in vaste dienst.
4. De in het derde lid bedoelde afspraken omvatten in ieder geval de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst van de desbetreffende ambtenaar, de voorwaarden waaronder de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst kan worden verkort of verlengd,
5. Bij een hernieuwde aanstelling in vaste dienst, bedoeld in het eerste lid, wordt er van uitgegaan dat het dienstverband niet onderbroken is geweest.
6. Alleen indien de ambtenaar gedurende de aanstelling in tijdelijke dienst wordt ontslagen op grond van artikel 77, eerste lid, onderdeel j, van het Besluit algemene rechtspositie politie, kan de hernieuwde aanstelling in vaste dienst, bedoeld in het eerste lid, komen te vervallen.
7. De buitengewoon opsporingsambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst die werkzaam zal zijn bij een kernteam, wordt gedetacheerd bij het kernkorps. De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat, voorafgaand aan deze detachering, daaromtrent nadere afspraken worden gemaakt met de betrokken ambtenaar en diens werkgever.
2. De duur van de aanstelling in tijdelijke dienst bedraagt ten hoogste zes jaar, en kan eenmalig worden verlengd met ten hoogste twee jaar.
3. Het bevoegd gezag bij wie de ambtenaar in vaste dienst is aangesteld, het bevoegd gezag van het kernkorps bij wie de ambtenaar in tijdelijke dienst wordt aangesteld, en de ambtenaar maken, voorafgaand aan de in het eerste lid bedoelde aanstelling in tijdelijke dienst, schriftelijke afspraken over de aanstelling in tijdelijke dienst en de terugkeer in vaste dienst.
4. De in het derde lid bedoelde afspraken omvatten in ieder geval de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst van de desbetreffende ambtenaar, de voorwaarden waaronder de duur van de aanstelling in tijdelijke dienst kan worden verkort of verlengd,
5. Bij een hernieuwde aanstelling in vaste dienst, bedoeld in het eerste lid, wordt er van uitgegaan dat het dienstverband niet onderbroken is geweest.
6. Alleen indien de ambtenaar gedurende de aanstelling in tijdelijke dienst wordt ontslagen op grond van artikel 77, eerste lid, onderdeel j, van het Besluit algemene rechtspositie politie, kan de hernieuwde aanstelling in vaste dienst, bedoeld in het eerste lid, komen te vervallen.
7. De buitengewoon opsporingsambtenaar van een bijzondere opsporingsdienst die werkzaam zal zijn bij een kernteam, wordt gedetacheerd bij het kernkorps. De korpsbeheerder draagt ervoor zorg dat, voorafgaand aan deze detachering, daaromtrent nadere afspraken worden gemaakt met de betrokken ambtenaar en diens werkgever.