BWBR0010531
Geldig vanaf 2000-01-01
Artikel 11
Regeling kernteams
1. Voor de taken, genoemd in artikel 3, brengt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties per kalenderjaar bij de regionale politiekorpsen een aantal budgetverdeeleenheden, overeenkomend met 1% van het aan de regionale politiekorpsen op 31 december 1998 in totaal toegekende aantal budgetverdeeleenheden voor het desbetreffende begrotingsjaar op grond van de algemene maatstaf, in mindering.
2. Het eerstbedoelde aantal budgetverdeeleenheden, bedoeld in het eerste lid, wordt als bijzondere bijdrage rechtstreeks beschikbaar gesteld aan het kernkorps.
3. Voor de aanschaf van bijzondere materiële middelen, voor de kosten verbonden aan overuren en aan het inhuren van externe deskundigen, alsmede voor reis- en verblijfkosten, stelt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties per kalenderjaar een bijzondere bijdrage aan het kernkorps beschikbaar die gelijk is aan het produkt van het in mindering gebrachte aantal budgetverdeeleenheden, bedoeld in het eerste lid, en fl. 45.000,-. Niet tot besteding gekomen rijksbijdragen in een kalenderjaar mogen worden gereserveerd om tot besteding te komen in een volgend kalenderjaar overeenkomstig het doel waarvoor zij ter beschikking zijn gesteld.
4. De bijdragen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden beschikbaar gesteld onder de voorwaarde dat overeenkomstig deze regeling, de aanwijzingen van het bevoegd gezag en de onderzoekskeuze wordt gehandeld.
5. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt de bijdragen, bedoeld in het tweede en derde lid, voor aanvang van het begrotingsjaar voorlopig vast aan de hand van de begroting en het beleidsplan voor zover betrekking hebbend op het kernteam.
6. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan, in overeenstemming met de Minister van Justitie, nadere voorwaarden stellen omtrent de besteding van de bijzondere bijdrage.
2. Het eerstbedoelde aantal budgetverdeeleenheden, bedoeld in het eerste lid, wordt als bijzondere bijdrage rechtstreeks beschikbaar gesteld aan het kernkorps.
3. Voor de aanschaf van bijzondere materiële middelen, voor de kosten verbonden aan overuren en aan het inhuren van externe deskundigen, alsmede voor reis- en verblijfkosten, stelt de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties per kalenderjaar een bijzondere bijdrage aan het kernkorps beschikbaar die gelijk is aan het produkt van het in mindering gebrachte aantal budgetverdeeleenheden, bedoeld in het eerste lid, en fl. 45.000,-. Niet tot besteding gekomen rijksbijdragen in een kalenderjaar mogen worden gereserveerd om tot besteding te komen in een volgend kalenderjaar overeenkomstig het doel waarvoor zij ter beschikking zijn gesteld.
4. De bijdragen, bedoeld in het tweede en derde lid, worden beschikbaar gesteld onder de voorwaarde dat overeenkomstig deze regeling, de aanwijzingen van het bevoegd gezag en de onderzoekskeuze wordt gehandeld.
5. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties stelt de bijdragen, bedoeld in het tweede en derde lid, voor aanvang van het begrotingsjaar voorlopig vast aan de hand van de begroting en het beleidsplan voor zover betrekking hebbend op het kernteam.
6. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kan, in overeenstemming met de Minister van Justitie, nadere voorwaarden stellen omtrent de besteding van de bijzondere bijdrage.