BWBR0010496
Geldig vanaf 1999-06-15
Artikel 8
Regeling Urinecontrole penitentiaire inrichtingen
1. Indien gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen is vastgesteld, de gedetineerde weigert aan de urinecontrole mee te werken dan wel is gebleken dat de gedetineerde met het urinemonster heeft gefraudeerd, kan de gedetineerde een disciplinaire straf worden opgelegd.
2. Indien de gedetineerde na het verstrijken van de in artikel 3, vierde lid, gestelde termijn van vier uur nog geen urine heeft afgestaan, wordt dit gelijk gesteld met een weigering medewerking te verlenen aan de urinecontrole.
3. In afwachting van de uitslag van het herhalingsonderzoek dan wel een bevestigingsonderzoek;
a. wordt de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf opgeschort;
b. wordt de besluitvorming dan wel de effectuering van een genomen besluit in het kader van de selectie en overplaatsing opgeschort;
c. wordt de effectuering van het re-integratieverlof opgeschort;
d. kan de effectuering van een re-integratieverlof, een incidenteel verlof voor humanitaire doeleinden of een strafonderbreking worden opgeschort.
2. Indien de gedetineerde na het verstrijken van de in artikel 3, vierde lid, gestelde termijn van vier uur nog geen urine heeft afgestaan, wordt dit gelijk gesteld met een weigering medewerking te verlenen aan de urinecontrole.
3. In afwachting van de uitslag van het herhalingsonderzoek dan wel een bevestigingsonderzoek;
a. wordt de tenuitvoerlegging van een disciplinaire straf opgeschort;
b. wordt de besluitvorming dan wel de effectuering van een genomen besluit in het kader van de selectie en overplaatsing opgeschort;
c. wordt de effectuering van het re-integratieverlof opgeschort;
d. kan de effectuering van een re-integratieverlof, een incidenteel verlof voor humanitaire doeleinden of een strafonderbreking worden opgeschort.