BWBR0010496
Geldig vanaf 1999-06-15
Artikel 2
Regeling Urinecontrole penitentiaire inrichtingen
1. Het anders dan door de inrichtingsarts voorgeschreven gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen is tijdens de detentie niet toegestaan.
2. Het gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen vormt een contra-indicatie voor een plaatsing of overplaatsing in het kader van de detentiefasering en de toekenning van verlof of strafonderbreking.
3. Gedurende de eerste twee weken van het verblijf in de inrichting wordt de gedetineerde geïnformeerd over de wijze waarop de inrichting uitvoering geeft aan het drugsontmoedigingsbeleid.
2. Het gebruik van gedragsbeïnvloedende middelen vormt een contra-indicatie voor een plaatsing of overplaatsing in het kader van de detentiefasering en de toekenning van verlof of strafonderbreking.
3. Gedurende de eerste twee weken van het verblijf in de inrichting wordt de gedetineerde geïnformeerd over de wijze waarop de inrichting uitvoering geeft aan het drugsontmoedigingsbeleid.